400 meter horden - Wikiwand
For faster navigation, this Iframe is preloading the Wikiwand page for 400 meter horden.

400 meter horden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

400 meter
Laatste horde tijdens de 400 meter hordenfinale op het WK van 2007 in Osaka.
Algemene gegevens
Organisatie
 België: KBAB
 Nederland: KNAU
 Suriname: SAB
Mondiaal: IAAF
Locatie Atletiekbaan
Olympisch Heren: 1900
Dames: 1984
Competities / Kampioenschappen
Kampioenschappen BK / NK / EK / WK / OS
Diamond League
World Challenge
Kampioenen
Belgisch kampioen
50,69 Tuur Bras
56,14 Paulien Couckuyt
Nederlands kampioen
51,12 Nick Smidt
60,32 Cathelijn Peeters
Wereldkampioen
48,35 Karsten Warholm
53,07 Kori Carter
Olympisch kampioen
47,73 Kerron Clement
53,13 Dalilah Muhammad
Records
Belgisch record 48,91 Marc Dollendorf
54,95 Ann Mercken
Nederlands record 48,44 Harry Schulting
53,79 Femke Bol
Europees record 46,92 Karsten Warholm
52,34 Joelia Petsjonkina
Wereldrecord 46,78 Kevin Young
52,20 Dalilah Muhammad
Verwante sporten
Disciplines 60m
80m
100m
110m
Steeplechase
Verwante sporten Duatlon
Hardlopen
Snelwandelen
Triatlon
Vijfkamp
Zevenkamp
Tienkamp
Laatst bijgewerkt op: 21 september 2020
Portaal 
 
Sport
Atletiek

De 400 m horden is een olympisch atletiekonderdeel. Op een standaard 400 meter baan in de openlucht is dit de afstand van één compleet rondje in de binnenbaan. De renners blijven de gehele race in hun eigen baan na het starten vanuit de startblokken. De bedoeling is om de 400 meter zo snel mogelijk af te leggen en de 10 horden hierbij te passeren. De eerste horde staat 45 meter na de start, daarna is er een ruimte van 35 meter tussen de opeenvolgende horden. Wanneer een horde met het been stevig geraakt wordt kan de horde voorover vallen, zodat de kans op een blessure bij de atleet niet groot is. Het omvallen van een horde levert geen straftijd of strafpunten op, het aanraken vermindert enkel de snelheid van de atleet.

De beste mannelijke atleten kunnen de 400 m horden afleggen in een tijd rond de 47 seconden (WR: 46,78), wat gelijkstaat aan een snelheid van 8,51 meter per seconde of 30,63 kilometer per uur. De beste vrouwelijke atleten kunnen een tijd bereiken van rond de 53 seconden (WR: 52,34), wat gelijkstaat aan 7,54 meter per seconde en 27,16 kilometer per uur. Vergeleken met de 400 meter duurt de mannenrace gemiddeld 3 seconden langer en bij de vrouwen 4 seconden langer.

De 400 m horden is een olympische discipline sinds 1900 en 1984 voor respectievelijk mannen en vrouwen.

Er is ook een officieuze indoorvariant, zie onderaan het artikel.

Geschiedenis

De eerste medailles voor een 400 m hordenrace zijn gegeven in 1860 bij een race in Oxford over een baan van 440 yard (402 meter). Tijdens de wedstrijd moesten de atleten twaalf massieve, meer dan een meter hoge houten horden passeren die op gelijke afstanden geplaatst stonden.

Om de kans op een blessure te verminderen, zijn er in 1895 lichtere horden ontwikkeld, waardoor de atleten de horde beter kunnen wegstoten. Toch werd een atleet tot aan 1935 gediskwalificeerd wanneer er meer dan drie horden werden omgestoten. Een record gold destijds enkel officieel wanneer alle horden waren blijven staan.

Op de Olympische Spelen van 1900 in Parijs werd de 400 m horden een olympisch onderdeel. Doordat in banen werd gelopen waren de wedstrijden virtueel identiek aan elkaar, iedere atleet had op de finish 400 meter afgelegd en het aantal horden was teruggebracht tot tien. De officiële hoogte voor een horde werd vastgelegd op 91,44 cm (36 inch) voor mannen en sinds 1974 76,20 cm (30 inch) voor vrouwen. De horden staan 35 meter uit elkaar, de eerste horde staat 45 meter vanaf de start. Het gedeelte van de laatste horde tot aan de finish heeft een lengte van 40 meter.

De eerste 400 m hordenwedstrijd voor vrouwen stamt uit 1971. De IAAF introduceerde het onderdeel voor vrouwen officieel in 1974. De afstand werd echter niet direct opgenomen in het programma van de Olympische Spelen; bij de Spelen van 1980 in Moskou was het een demonstratie-onderdeel zonder olympische medailles. De eerste vrouwelijke wereldkampioen werd gekroond tijden de wereldkampioenschappen van 1983, de eerste olympisch kampioene tijdens de Olympische Spelen van 1984.

Techniek

De uitdaging van het hordelopen is dat het passeren van de horde zo weinig mogelijk tijdverlies oplevert. Bij de korte hordennummers (110 m voor de mannen en 100 m voor de vrouwen) kan tussen alle horden eenzelfde aantal passen gedaan worden, namelijk drie, maar bij de lange hordennummers is een constant aantal passen meestal onhaalbaar, de invloed van de toenemende vermoeidheid op de paslengte is namelijk groot. Er komt dus de extra uitdaging bij om met zo weinig mogelijk invloed op de loopsnelheid, toch bij elke horde goed uit te komen.

Toplopers maken in het eerste deel van de race 13 (mannen) of 15 (vrouwen) passen tussen de horden. Door vermoeidheid worden de passen normaal gesproken korter, maar de horden blijven op exact dezelfde afstand staan. Wat de lopers doen is gevoelsmatig met steeds iets langere passen gaan lopen, waardoor ze in de praktijk juist precies dezelfde paslengte behouden. Op een gegeven moment gaat dit echter niet langer en moet overgeschakeld worden op een ander aantal passen tussen de horden. Daar komt nog een complicatie aan het licht: de hordenpassage gaat met het ene been meestal een stuk gemakkelijker dan met het andere been, het slechte of 'chocolade'been. Tegenwoordig zijn vrijwel alle toplopers door er veel op te trainen tweebenig, al zullen ze voorkeur voor het goede been blijven houden. Zo kan van 13 op 14 pas overgegaan worden en als ook dat niet meer lukt op 15 pas.

Een enkeling krijgt het voor elkaar om alles in 13-pas ritme te lopen, of 15-pas bij de vrouwen. Maar afhankelijk van de wind, de vorm van de dag en of per ongeluk een horde hard aangeraakt is, kan het ook bij hen voorkomen dat ze aan het eind een pas moeten invoegen. Beenlengte en kracht spelen ook nog een rol en zo moet ieder een eigen ritme ontwikkelen, plus de vaardigheid om het ritme aan te passen aan de omstandigheden. Bij een man komt er dan bijvoorbeeld uit dat tot en met horde zes 13 pas gekozen wordt, dan tweemaal 14 (dat wil zeggen één passage met het verkeerde been) en vervolgens 15. Bij de vrouwen zou het telkens twee passen meer zijn. De kunst is om al lang voor de horde te zien aankomen welke correcties op de paslengte nodig zijn en wanneer er passen ingevoegd zouden moeten worden. Sommige hordelopers vinden het prettig dat onderweg nadenken over deze kwesties afleidt van de hevige vermoeidheid waardoor de 400m gekenmerkt wordt.

Mijlpalen

  • Mannen
  • Vrouwen
    • Eerste officiële wereldrecord: 56,51 seconden, Krystyna Kacperczyk (POL), 1974
    • Eerste onder 56 seconden: 55,74 seconden, Tatjana Storosjeva (USSR), 1977
    • Eerste onder 55 seconden: 54,89 seconden, Tatjana Selenzova (USSR), 1978
    • Eerste onder 54 seconden: 53,58 seconden, Margarita Ponomarjova (USSR), 1984
    • Eerste onder 53 seconden: 52,94 seconden, Marina Stepanova (USSR), 1986

Meest succesvolle atleten

Edwin Moses, tweevoudig olympisch kampioen.
Edwin Moses, tweevoudig olympisch kampioen.

Meest opvallende nieuweling: Glenn Davis (USA), die zijn eerste wedstrijd liep in april 1956 in 54,4. Twee maanden later liep hij een nieuw wereldrecord met 49,5 en later dat jaar won hij de gouden medaille tijdens de Olympische Spelen. Ook was hij de eerste die dat kon herhalen, hij deed dat in 1960.

Atleet die geschiedenis schreef op de 400 m horden: De Amerikaan Edwin Moses won 122 wedstrijden onafgebroken tussen 1977 en 1987 plus twee gouden medailles op de Olympische Zomerspelen 1976 en op de Olympische Zomerspelen 1984. De boycot van de Olympische Spelen in 1980 zorgde ervoor dat hij geen hattrick kon behalen, maar zijn carrière wordt wereldwijd als een fenomeen beschouwd. Hij hield het wereldrecord sinds hij het zelf had gezet in 1976 zijn hele sportleven, totdat het tijdens de Olympische Zomerspelen 1992 in Barcelona werd gebroken.

Olympische medaillewinnaars

Mannen

Jaar
1900
John Tewksbury
Henri Tauzin
George Orton
1904
Harry Hillman
Frank Waller
George Poage
1908
Charles Bacon
Harry Hillman
Jimmy Tremeer
1920
Frank Loomis
John Norton
August Desch
1924
Morgan Taylor
Erik Wilén
Ivan Riley
1928
David Burghley
Frank Cuhel
Morgan Taylor
1932
Bob Tisdall
Glenn Hardin
Morgan Taylor
1936
Glenn Hardin
John Loaring
Miguel White
1948
Roy Cochran
Duncan White
Rune Larsson
1952
Charles Moore
Joeri Litoejev
John Holland
1956
Glenn Davis
Eddie Southern
Josh Culbreath
1960
Glenn Davis
Clifton Cushman
Richard Howard
1964
Rex Cawley
John Cooper
Salvatore Morale
1968
David Hemery
Gerhard Hennige
John Sherwood
1972
John Akii-Bua
Ralph Mann
David Hemery
1976
Edwin Moses
Michael Shine
Yevgeni Gavrilenko
1980
Volker Beck
Wassili Archipenko
Gary Oakes
1984
Edwin Moses
Danny Harris
Harald Schmid
1988
André Phillips
Amadou Dia Ba
Edwin Moses
1992
Kevin Young
Winthrop Graham
Kriss Akabusi
1996
Derrick Adkins
Samuel Matete
Calvin Davis
2000
Angelo Taylor
Hadi Al Somayli
Llewellyn Herbert
2004
Félix Sánchez
Danny McFarlane
Naman Keïta
2008
Angelo Taylor
Kerron Clement
Bershawn Jackson
2012
Félix Sánchez
Michael Tinsley
Javier Culson
2016
Kerron Clement
Boniface Mucheru Tumuti
Yasmani Copello

Vrouwen

Jaar
1984 Nawal El Moutawakel
 MAR
Judi Brown
 USA
Cristeana Cojocaru
 ROU
1988 Debbie Flintoff-King
 AUS
Tatjana Ledovskaja
 URS
Ellen Fiedler
 GDR
1992 Sally Gunnell
 GBR
Sandra Farmer-Patrick
 USA
Janeene Vickers
 USA
1996 Deon Hemmings
 JAM
Kim Batten
 USA
Tonja Buford-Bailey
 USA
2000 Irina Privalova
 RUS
Deon Hemmings
 JAM
Nezha Bidouane
 MAR
2004 Faní Chalkiá
 GRE
Ionela Tirlea-Manolache
 ROU
Tetiana Terestschuk-Antipowa
 UKR
2008 Melaine Walker
 JAM
Sheena Tosta
 USA
Tasha Danvers
 GBR
2012 Natalja Antjoech
 RUS
Lashinda Demus
 USA
Zuzana Hejnová
 CZE
2016 Dalilah Muhammad
 USA
Sara Petersen
 DEN
Ashley Spencer
 USA

Eerste drie van de Wereldkampioenschappen

Mannen

Jaar Goud Zilver Brons
1983 Edwin Moses (USA) Harald Schmid (FRG) Alexander Karlow (USSR)
1987 Edwin Moses (USA) Danny Harris (USA) Harald Schmid (FRG)
1991 Samuel Matete (ZAM) Winthrop Graham (JAM) Kriss Akabusi (GBR)
1993 Kevin Young (USA) Samuel Matete (ZAM) Winthrop Graham (JAM)
1995 Derrick Adkins (USA) Samuel Matete (ZAM) Stéphane Diagana (FRA)
1997 Stéphane Diagana (FRA) Llewellyn Herbert (RSA) Bryan Bronson (USA)
1999 Fabrizio Mori (ITA) Stéphane Diagana (FRA) Marcel Schelbert (CH)
2001 Félix Sánchez (DOM) Fabrizio Mori (ITA) Dai Tamesue (JPN)
2003 Félix Sánchez (DOM) Joey Woody (USA) Periklís Iakovákis (GRE)
2005 Bershawn Jackson (USA) James Carter (USA) Dai Tamesue (JPN)
2007 Kerron Clement (USA) Félix Sánchez (DOM) Marek Plawgo (POL)
2009 Kerron Clement (USA) Javier Culson (PUR) Bershawn Jackson (USA)
2011 David Greene (GBR) Javier Culson (PUR) L.J. van Zyl (RSA)
2013 Jehue Gordon (TRI) Michael Tinsley (USA) Emir Bekrić (SRB)
2015 Nicholas Bett (KEN) Denis Koedrjavtsev (RUS) Jeffrey Gibson (BAH)
2017 Karsten Warholm (NOR) Yasmani Copello (TUR) Kerron Clement (USA)
2019 Karsten Warholm (NOR) Rai Benjamin (USA) Abderrahman Samba (QAT)

Vrouwen

Jaar Goud Zilver Brons
1980 Bärbel Broschat (DDR) Ellen Fiedler (DDR) Petra Pfaff (DDR)
1983 Jekaterina Fesenko (USSR) Anna Ambrosiene (USSR) Ellen Fiedler (DDR)
1987 Sabine Busch (DDR) Debbie Flintoff-King (AUS) Cornelia Ullrich (DDR)
1991 Tatjana Ledovskaja (USSR) Sally Gunnell (GBR) Janeene Vickers (USA)
1993 Sally Gunnell (GBR) Sandra Farmer-Patrick (USA) Margarita Ponomarjova (RUS)
1995 Kim Batten (USA) Tonya Buford (USA) Deon Hemmings (JAM)
1997 Nezha Bidouane (MAR) Deon Hemmings (JAM) Kim Batten (USA)
1999 Daimi Pernia (CUB) Nezha Bidouane (MAR) Deon Hemmings (JAM)
2001 Nezha Bidouane (MAR) Joelia Petsjonkina (RUS) Daimi Pernia (CUB)
2003 Jana Pittman (AUS) Sandra Glover (USA) Joelia Petsjonkina (RUS)
2005 Joelia Petsjonkina (RUS) Lashinda Demus (USA) Sandra Glover (USA)
2007 Jana Rawlinson (AUS) Joelia Petsjonkina (RUS) Anna Jesień (POL)
2009 Melaine Walker (JAM) Lashinda Demus (USA) Josanne Lucas (TRI)
2011 Lashinda Demus (USA) Melaine Walker (JAM) Natalja Antjoech (RUS)
2013 Zuzana Hejnová (CZE) Dalilah Muhammad (USA) Lashinda Demus (USA)
2015 Zuzana Hejnová (CZE) Shamier Little (USA) Cassandra Tate (USA)
2017 Kori Carter (USA) Dalilah Muhammad (USA) Ristananna Tracey (JAM)
2019 Dalilah Muhammad (USA) Sydney McLaughlin (USA) Rushell Clayton (JAM)

Top tien aller tijden

Snelste mannen

Rang Tijd Atleet Land Datum Plaats
1. 46,78 Kevin Young
 USA
6 augustus 1992 Barcelona
2. 46,92 Karsten Warholm
 NOR
29 augustus 2019 Zürich
3. 46,98 Abderrahman Samba
 QAT
30 juni 2018 Parijs
Rai Benjamin
 USA
29 augustus 2019 Zürich
5. 47,02 Edwin Moses
 USA
31 augustus 1983 Koblenz
6. 47,03 Bryan Bronson
 USA
21 juni 1998 New Orleans
7. 47,10 Samuel Matete
 ZAM
7 augustus 1991 Zürich
8. 47,19 André Phillips
 USA
25 september 1988 Seoel
9. 47,23 Amadou Dia Ba
 SEN
25 september 1988 Seoel
10. 47,24 Kerron Clement
 USA
26 juni 2005 Carson

Bijgewerkt: 30 augustus 2019

Snelste vrouwen

Rang Tijd Atleet Land Datum Plaats
1. 52,16 Dalilah Muhammad
 USA
4 oktober 2019 Doha
2. 52,23 Sydney McLaughlin
 USA
4 oktober 2019 Doha
3. 52,34 Joelia Petsjonkina
 RUS
8 augustus 2003 Toela
4. 52,42 Melaine Walker
 JAM
20 augustus 2009 Berlijn
5. 52,47 Lashinda Demus
 USA
1 september 2011 Daegu
6. 52,61 Kim Batten
 USA
11 augustus 1995 Göteborg
7. 52,62 Tonja Buford-Bailey
 USA
11 augustus 1995 Göteborg
8. 52,70 Natalja Antjoech
 RUS
8 augustus 2012 Londen
9. 52,74 Sally Gunnell
 GBR
19 augustus 1993 Stuttgart
10. 52,75 Shamier Little
 USA
25 juni 2017 Sacramento

Bijgewerkt: 11 oktober 2019

Continentale records

Continent Geslacht Prestatie Atleet Land Datum Plaats
Afrika M 47,10 Samuel Matete
 ZAM
7 augustus 1991 Zürich
V 52,90 Nezha Bidouane
 MAR
25 augustus 1999 Sevilla
Noord- en
Midden-Amerika
M 46,78 (WR) Kevin Young
 USA
6 augustus 1992 Barcelona
V 52,16 * (WR) Dalilah Muhammad
 USA
04 oktober 2019 Doha
Zuid-Amerika M 47,84 Bayano Kamani
 PAN
7 augustus 2005 Helsinki
V 55,60 Gianna Woodruff
 PAN
31 juli 2018 Barranquilla
Azië M 46,98 Abderrahman Samba
 QAT
30 juni 2018 Parijs
V 53,96 Han Qing
 CHN
9 september 1993 Peking
Song Yinglan
 CHN
22 november 2001 Guangzhou
Europa M 47,33 * Karsten Warholm
 NOR
13 juni 2019 Oslo
V 52,34 Joelia Petsjonkina
 RUS
8 augustus 2003 Toela
Oceanië M 48,28 Rohan Robinson
 AUS
31 juli 1996 Atlanta
V 53,17 Debbie Flintoff-King
 AUS
28 september 1988 Seoel

* Moet nog worden goedgekeurd door de IAAF

Bijgewerkt 11 oktober 2019

Wereldrecordontwikkeling

Mannen

Tijd Atleet Land Datum Locatie
46,78 Kevin Young
 USA
6 augustus 1992 Barcelona
47,02 Edwin Moses
 USA
31 augustus 1983 Koblenz
47,13 Edwin Moses
 USA
3 juli 1980 Milaan
47,45 Edwin Moses
 USA
11 juni 1977 Westwood
47,64 Edwin Moses
 USA
25 juli 1976 Montreal
47,65 Edwin Moses
 USA
25 juli 1976 Montreal
47,82 John Akii-Bua
 UGA
2 september 1972 München
48,12 David Hemery
 GBR
15 oktober 1968 Mexico-Stad
48,6 Geoffrey Vanderstock
 USA
11 september 1968 Echo Summit
49,1 Warren Cawley
 USA
13 september 1964 Los Angeles
49,2 Salvatore Morale
 ITA
14 september 1962 Belgrado
49,2 Glenn Davis
 USA
6 augustus 1958 Boedapest
49,5 Glenn Davis
 USA
29 juni 1956 Los Angeles
50,4 Joeri Litoejev
 URS
20 september 1953 Boedapest
50,6 Glenn Hardin
 USA
26 juli 1934 Stockholm
51,8 Glenn Hardin
 USA
30 juni 1934 Milwaukee
52,0 Glenn Hardin
 USA
1 augustus 1932 Los Angeles
52,0 Morgan Taylor
 USA
4 juli 1928 Philadelphia
52,6 John Gibson
 USA
2 juli 1927 Lincoln
53,8 Sten Pettersson
 SWE
4 oktober 1925 Parijs
54,2 John Norton
 USA
26 juni 1920 Pasadena
54,0 Frank Loomin
 USA
16 augustus 1920 Antwerpen
55,0 Charles Bacon
 USA
22 juli 1908 Londen

Vrouwen

Tijd Atleet Land Datum Locatie
52,16 Dalilah Muhammad
 USA
4 oktober 2019 Doha
52,20 Dalilah Muhammad
 USA
29 juli 2019 Des Moines
52,34 Joelia Petsjonkina
 RUS
8 augustus 2003 Toela
52,61 Kim Batten
 USA
11 augustus 1995 Göteborg
52,74 Sally Gunnell
 GBR
19 augustus 1993 Stuttgart
52,94 Marina Stepanova
 URS
19 september 1986 Tasjkent
53,32 Marina Stepanova
 URS
30 augustus 1986 Stuttgart
53,55 Sabine Busch
 GDR
22 september 1985 Berlijn
53,58 Margarita Ponomarjova
 URS
22 juni 1984 Kiev
54,02 Anna Ambrosiene
 URS
11 juni 1983 Moskou
54,28 Karin Roßley
 GDR
17 mei 1980 Jena
54,78 Marina Makejewa
 URS
27 juli 1979 Moskou
54,89 Tatjana Selenzova
 URS
2 september 1978 Praag
55,31 Tatjana Selenzova
 URS
19 augustus 1978 Podolsk
55,44 Krystyna Kacperczyk
 POL
18 augustus 1978 Berlijn
55,63 Karin Roßley
 GDR
13 augustus 1977 Helsinki
55,74 Tatjana Storosjeva
 URS
26 juni 1977 Chemnitz
56,51 Krystyna Kacperczyk
 POL
13 juli 1974 Augsburg

Indoor

Er bestaat sinds 2006 een officieuze variant van dit onderdeel voor de indoorbanen, bedacht door Jean-Georges Sarkadi. Er wordt in lanen gestart, maar op het tweede rechte stuk mag men naar de binnenbaan gaan. De horden staan op de rechte einden van een 200-meterbaan op een afstand van 30 meter, waarbij de horde minimaal 6 meter na de bocht moet staan. In totaal wordt achtmaal een horde genomen (tegen tien op de buitenbaan). Er staat een rijtje horden over de volle breedte van de baan, wordt een horde omvergelopen dat moet een achteropkomende loper de horde ernaast nemen. Zit laatstgenoemde atleet er te dicht op dan volgt geen diskwalificatie, maar de tijd telt niet als record. Juryleden zetten de in de eerste omloop omgevallen horden direct recht voor de tweede ronde. De lanen op een indoorbaan zijn over het algemeen smaller dan op de buitenbaan, dan passen ongeveer 4 gewone horden naast elkaar in de 6 lanen van een indoorbaan.

Het wereldrecord bij de mannen staat op naam van Félix Sánchez, die 48,78 liep in Val-de-Reuil op 18 februari 2012. Bij de vrouwen staat het record met 56,41 op naam van Sheena Tosta uit de Verenigde Staten, eveneens in Val-de-Reuil gelopen, maar een jaar eerder: 12 februari 2011.

Zie de categorie 400 m hurdles van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
{{bottomLinkPreText}} {{bottomLinkText}}
400 meter horden
Listen to this article