cover image

Aardse planeet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Aardse planeten of terrestrische planeten (van Latijn: terra: 'land', de Aarde) zijn relatief kleine planeten met een hoge massadichtheid waarvan het oppervlak is opgebouwd uit vast gesteente.[1] Het gaat om de planeten Mercurius, Venus, de Aarde en Mars.[2] Dit zijn de planeten die lijken op de planeet Aarde.[3] Daarnaast worden soms de Maan en de dwergplaneet Ceres meegerekend.[4]

De binnenste planeten uit het zonnestelsel, (v.l.n.r.) Mercurius, Venus, Aarde en Mars, hun grootte in vergelijking met elkaar.

Doordat de terrestrische planeten bij hun ontstaan dicht bij de Zon stonden, verdampten de vluchtige stoffen grotendeels, en bleef er een steenachtig oppervlak over. Binnenin bestaan ze vooral uit metaal en steen in gesmolten vorm. Venus en Mars hebben een atmosfeer die geheel uit kooldioxide bestaat. Mercurius heeft geen atmosfeer.

De planeten van het zonnestelsel die verder van de zon afstaan dan de planeet Mars, bestaan voor een groot deel uit de gassen waterstof en helium, en heten daarom ook wel gasreuzen, of, naar het voorbeeld Jupiter, Joviaanse planeten. Deze gasreuzen hebben geen vast oppervlak. Volgens nieuwe inzichten worden Uranus en Neptunus niet langer tot de gasreuzen gerekend, maar aangeduid als de ijsreuzen.

In januari 2006 werd er voor het eerst een aardse exoplaneet - een vaste planeet buiten het zonnestelsel, die om een andere ster draait - ontdekt. Deze planeet kreeg de aanduiding OGLE-2005-BLG-390Lb. Relatief zware aardse planeten, van ongeveer 5 aardmassa's, heten ook wel superaardes. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen aardse exoplaneten een (relatief dunne) atmosfeer hebben.