Antireflectiecoating

coating die wordt aangebracht op optische componenten om reflectie tegen te gaan / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Antireflectiecoating of AR-coating is een standaardtype optisch filter in de vorm van een coating die wordt aangebracht op optische componenten, (zoals lenzen, brillenglazen, objectieven, etc.) om reflectie tegen te gaan. Deze coating verbetert het rendement van de componenten, doordat hinderlijke reflecties worden verminderd. In complexe systemen, zoals telescopen, verbetert de reflectievermindering ook het contrast van het beeld door strooilicht tegen te gaan. Dat is vooral van belang voor het waarnemen van lichtzwakke objecten, zoals planeten. Op andere terreinen ligt het voordeel in het tegengaan van de reflectie zelf, zoals bij de coating van brillenglazen, waardoor de ogen van de drager beter zichtbaar zijn voor anderen, of om de schittering van de verrekijker van een heimelijke observator tegen te gaan.

Niet-ontspiegeld glas (boven), en een glas met antireflectiecoating. Let op de getinte reflectie van het gecoate glas.

Veel coatings bestaan uit transparante thin films met afwisselend een laagje met een verschillende brekingsindex. De laagdiktes worden zodanig gekozen dat de teruggekaatste bundels destructieve interferentie en de overeenkomstige doorgaande bundels constructieve interferentie ondergaan. Het gedrag van de resulterende coating hangt daarmee af van de golflengte en de invalshoek van het licht, zodat er kleuren verschijnen bij scheve inval. Bij het bestellen of ontwerpen van dergelijke coatings moet dan ook een golflengtebereik worden opgegeven. Maar niettemin kan vaak een goede kwaliteit worden geboden voor een relatief groot bereik aan golflengtes; gewoonlijk wordt een keus geboden uit infrarood, zichtbaar en ultraviolet.

Op interferentie gebaseerde coatings zijn in 1935 uitgevonden door Alexander Smakula bij Carl Zeiss. Antireflectiecoatings waren een Duits militair geheim tot de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog.[1]