De Babylonische Ballingschap verwijst naar de ballingschap van de Joden in Babylon in de 6e eeuw v.Chr. Deze ballingschap begon met een deportatie na de inname van Jeruzalem in 597 v.Chr. door de Babyloniërs onder Nebukadnezar II, de tweede deportatie na de verwoesting van de tempel van Jeruzalem in 587 v.Chr. en mogelijk een derde deportatie (naar Egypte) in 582 v.Chr., na de moord op de gouverneur Gedalja. Dit was het begin van de later talloze Joodse gemeenschappen die permanent buiten Juda woonden, wat de Joodse diaspora wordt genoemd.

Dit gaat over een gebeurtenis in de Joodse geschiedenis, voor de ballingschap van pausen in 14e eeuw zie Babylonische ballingschap der pausen.
De Joden weggevoerd in ballingschap, zoals verbeeld in een christelijk geïnspireerde afbeelding uit 1905

De Joden mochten in Babylon hun geloof blijven belijden en hadden betrekkelijke vrijheid. In 538 v.Chr. werd Babylon door de Perzen veroverd en werd het de joden toegestaan terug te keren naar Juda. Het boek Ezra verhaalt hierover. De Babylonische ballingschap is voor het jodendom een zwarte periode waarin evenwel het merendeel van hun heilige schriften tot stand is gekomen.