De broodboom (Artocarpus altilis uit het Grieks artos (= brood) + karpos (= vrucht), synoniem: Artocarpus communis) is een tot 30 m hoge, eenhuizige, in droge tijden bladverliezende boom, die verwant is aan de nangka (Artocarpus heterophyllus) en de tjampedak (Artocarpus integer).

Quick facts: Broodboom...
Broodboom
Infertiele broodboom met vruchten
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Rosales
Familie:Moraceae (Moerbeifamilie)
Geslacht:Artocarpus
Soort
Artocarpus altilis
(Parkinson) Fosberg (1941)
Een zaadloos ras van de broodvrucht in doorsnede
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Broodboom op Wikispecies
Portaal    Biologie
Close

De grote, verspreid staande bladeren zijn glanzend groen en bestaan uit vijf tot elf puntige lobben. Het blad is tot 90 x 50 cm groot en in omtrek eirond. De kleine bloemen groeien per geslacht gescheiden in bloeiwijzen in de bladoksels.

De vrucht van de broodboom wordt "broodvrucht" genoemd. De broodvrucht is een vruchtverband, dat zich uit de totale vrouwelijke bloeiwijze ontwikkelt. De ronde of eivormige vrucht heeft een diameter tot 30 cm en kan meer dan een kilogram wegen. De groene tot geelgroene, doffe schil is in onregelmatige, vier- tot zeszijdige velden verdeeld, die elk uit een bloem zijn ontstaan. Er bestaan fertiele zaadvormende rassen en steriele zaadloze rassen. De fertiele zaadvormende rassen dragen op ieder segment van de schil een, tot een centimeter lange, zachte, groene stekel. De bladeren van deze rassen zijn bijna tot aan de middennerf ingesneden. De vaker geteelde zaadloze types hebben vlakke, stekelloze segmenten en minder diep ingesneden bladeren. In jonge broodvruchten is het vruchtvlees vast, melig en sterk latexhoudend; rijpend wordt het schilferig-vezelig, sappig, zacht en uiteindelijk brijig. De vruchten zijn erg belangrijk als basisvoedsel in de tropen.