Campus

terrein waarop een universiteit en ermee gerelateerde gebouwen zijn gesitueerd / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Oorspronkelijk uit het Latijn betekent campus eigenlijk letterlijk "open ruimte" of "veld". In het Nederlands wordt het vooral gebruikt als aanduiding voor een universiteitsterrein waarop woningen en voorzieningen voor zowel docenten als studenten aanwezig zijn.

Voor het gelijknamige dorp in de VS, zie Campus (Illinois). Voor het gelijknamige bier, zie Campus (bier).

Het concept waarbij alle gebouwen die bij een universiteit horen samen op een terrein worden gebouwd, ontstond in wat nu de Verenigde Staten is. Daar werden de nieuwe, particuliere universiteiten meestal op een geschonken stuk grond buiten de stad gebouwd. De term campus werd voor het eerst gebruikt in verband met het terrein van Princeton University in New Jersey in de jaren 1770. Sindsdien hebben alle Amerikaanse universiteiten een campus, sommigen meer dan een. Sommige campussen, die bij de oprichting buiten de stad lagen, zijn nu door de groeiende steden omringd, zoals de campus van Columbia University in New York.

In het Verenigd Koninkrijk werden na de Tweede Wereldoorlog de nieuwe universiteiten niet langer door de stad heen verspreid gebouwd, maar kregen ze een locatie aangewezen. Op deze locatie werden dan naast de standaard universiteitsgebouwen ook voorzieningen als sportcentra, woningen en bibliotheken gebouwd. Een voorbeeld hiervan is de universiteit van York. In eerste instantie keken de traditionele universiteiten wat neer op deze nieuwe leercentra, maar inmiddels behoort een aantal ervan tot de meest prestigieuze ter wereld.