cover image

Chloride

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Algemeen zijn chloriden verbindingen waarin chloor in de oxidatietoestand −1 voorkomt. Het chloride-ion is het negatief geladen ion Cl. Het ontstaat wanneer een neutraal atoom van het element chloor één elektron opneemt.

Calciumchloride CaCl2

De zouten van waterstofchloride (HCl) worden eveneens chloriden genoemd. Een voorbeeld hiervan is keukenzout of natriumchloride met de formule NaCl. Keukenzout lost in water op en vormt dan Na+ en Cl ionen.

Ook covalente chloriden zijn mogelijk. Enkele voorbeelden zijn fosforpentachloride, stikstoftrichloride en siliciumtetrachloride. Dizwaveldichloride (S2Cl2) wordt gebruikt bij de vulkanisatie van rubber.

Chloriden kunnen, evenals de andere halogeniden, zich gedragen als liganden en complexe verbindingen vormen met verschillende metaalionen tot CoCl3, CoCl4, FeCl4 of met covalente halogeniden tot BCl4. Er kunnen eveneens gemengde complexe verbindingen gevormd worden samen met andere liganden zoals [Co(NH3)4Cl2]+.[1]

In de organische chemie worden chloorhoudende verbindingen ook (soms verkeerdelijk) aangeduid met de term (organo)chloride. Vooral voor de in de industrie veel gebruikte verbindingen als vinylchloride (chlooretheen), methylchloride (chloormethaan) en methyleenchloride (dichloormethaan) blijven deze verouderde namen hardnekkig standhouden.