Het conservatisme is een politieke, ethische en culturele gezindheid die zich grondvest op de traditie. Het begrip conservatisme is afgeleid van het Latijnse conservare, dat beschermen, in ongeschonden toestand bewaren betekent. Het conservatisme is echter een breed begrip en kent vooral in Nederland veel andere betekenissen.

Essentieel stelt het conservatisme zich kritisch op tegenover het idee van maakbaarheid van de samenleving, zoals dat leeft in de ideologieën van de moderniteit, liberalisme en socialisme. De Nederlandse historicus en hoogleraar Hermann von der Dunk (1928-2018) gaf in 1976 in zijn boek Conservatisme de volgende definitie van dit begrip:

criterium voor een conservatieve houding of conceptie bleef het geloof in de fundamentele ongelijkheid van de mens en een hiërarchische opvatting van de samenleving. Het geloof niet alleen maar de aanvaarding ervan als natuurgegeven en noodzakelijk. [...] Wanneer de liberale burgerij zich geleidelijk aan behoudender gaat opstellen, wanneer ze conservatief-liberaal wordt, dan blijkt, dat het vooral die hiërarchische conceptie van de maatschappij, die ongelijkheidsleer van het Conservatisme is, die zij daarbij overneemt, waarmee zij de emancipatorische traditie van het liberalisme vaarwel zegt. Wel wordt die ongelijkheidsleer daarbij ontdaan van de oude religieuze en metafysische legitimatie.[1]

Ook andere prominente historici, met onderling verschillende opvattingen, kwamen tot een eensluidende definitie van het begrip conservatisme, zoals Ernst Heinrich Kossmann (1922-2003):

het feit dat de conservatief, met de uitdrukkelijke bedoeling om een pleidooi voor de ongelijkheid der mensen te houden, zocht naar wat ons van elkaar onderscheidt.[2]

En ook Jacques Presser (1899-1970):

Een geheel nieuwe ideologie veroverde de geesten, een conservatieve politieke filosofie die, voor het eerst eigenlijk na de eeuw der 'Aufklärung', ronduit de menselijke ongelijkheid en de veroordeling van de vooruitgang als grondslagen aanvaardde.[3]

Over de inhoud van het politieke conservatisme zijn de meningen verdeeld. Doorgaans wordt echter de 18e-eeuwse staatsman Edmund Burke gezien als de grondlegger van het conservatisme toen hij zich afzette tegen de Franse Revolutie in zijn Reflections on the French Revolution (1791) en pleitte voor politici met de dispositie te behouden en de vaardigheid te verbeteren. Toch komt het conservatisme in een hoop soorten en maten voor, en verschillen conservatieve bewegingen van land tot land.

De Britse filosoof Roger Scruton stelt dat de grondslagen van het conservatisme liggen in autoriteit en trouw, constitutie en de staat, recht en vrijheid, eigendom en de autonome institutie. De politicoloog Andrew Heywood houdt het op zeven conservatieve uitgangspunten: traditie, pragmatisme, menselijke imperfectie, organicisme, hiërarchie, autoriteit en privé-eigendom. De Amerikaanse conservatieve denker Russell Kirk opperde dat het conservatisme geen religie en ook geen ideologie is, omdat ze geen heilig geschrift of een Das Kapital heeft.

Een vorm van conservatisme is het zogenoemde Angelsaksische of Burkeaanse conservatisme, dat vooral invloedrijk is in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten. Een vertegenwoordiger van dit conservatisme in de 20e eeuw was Winston Churchill. Andere conservatieven in deze traditie zijn onder meer Benjamin Disraeli en Margaret Thatcher. Ook mensen als Friedrich Hayek en Karl Popper worden soms onder dit conservatisme gerekend, al noemde de eerste zich bij voorkeur een old whig en stelde de laatste dat het conservatisme te nauw verwant is aan het autoritarisme en een uiting is van ethisch nihilisme.

Het oude conservatisme in Frankrijk verschilde van het Angelsaksische conservatisme in de zin dat ze meer reactionair en autoritair was. Franse conservatieven als Joseph de Maistre en François René de Chateaubriand stonden achter het zogeheten ancien régime met diens standenmaatschappij en waren fel gekant tegen de Franse Revolutie. De 19e-eeuwse Franse socioloog Alexis de Tocqueville, die onderzoek deed naar het gemeenschapsleven in de Verenigde Staten, wordt evenwel beschouwd als een van de belangrijkste liberaal-conservatieve denkers. In Duitsland was het conservatisme radicaler dan in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk en kende met de beweging van de Konservative Revolution representanten in Oswald Spengler en Martin Heidegger. Een Duitse conservatief van voor de Konservative Revolution was Friedrich Julius Stahl, al beschouwen sommigen ook Friedrich Nietzsche als een vroege Duitse conservatief.

Oops something went wrong: