Groot Oost-Aziatische Welvaartssfeer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De Groot Oost-Aziatische Welvaartssfeer (Japans: 大東亜共栄圏, Dai Toa Kyoei-ken) was een Japans imperialistisch idee uit de Tweede Wereldoorlog met als doel het unificeren van de volkeren in Oost-Azië en ze te bevrijden van westers kolonialisme onder leiding van het Japans Keizerrijk. Het idee werd echter door vele veroverde landen gezien als een front voor de uitbreiding van Japanse heerschappij.

Leden van de co-welvaartssfeer van Groot-Oost-Azië; grondgebied gecontroleerd op maximale hoogte. Japan en zijn bondgenoten Thailand en Free India (pop) in donkerrood; bezette gebieden/klantstaten in lichter rood. Korea, Taiwan en Karafuto (Zuid-Sachalin) waren integrale delen van Japan.

De term werd voor het eerst gebruikt door Yosuke Matsuoka, toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, tijdens een persconferentie op 1 augustus 1940 waarin hij de intentie verkondigde om "Een nieuwe orde van welvaart en onafhankelijkheid van, voor en door Aziaten" te vestigen.[1] Het idee van een verenigd Oost-Azië werd overigens al vroeger verkondigd door Yosuke's voorganger Hachiro Arita in een radiobericht op 29 juni 1940. Het ideaal werd uiteindelijk nooit bereikt ten gevolge van de Verklaring van Potsdam die het gebied weer beperkte tot de 4 hoofdeilanden van Japan: Hokkaido, Honshu, Shikoku en Kyushu.