Pijporgel

muziekinstrument / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Het pijporgel is een muziekinstrument dat bestaat uit onder meer een aantal orgelpijpen – meestal ondergebracht in een orgelkas – en een windvoorziening. De bespeling door een organist geschiedt door middel van een of meer klavieren, ook 'manualen' genoemd, en een pedaal (een met de voeten bediend klavier). De pijpen hebben elk een eigen klank, meestal als imitatie van een muziekinstrument, en door het instellen van registers kan de organist kiezen welke orgelpijpen hij gebruikt.

Bruxelles_Eglise_du_Finist%C3%A8re_06.jpg
Pijporgel uit 1849-1856 van Hippolyte Loret in de Finistèrekerk te Brussel
Utrecht-jacobi.jpg
Orgel van de Jacobikerk in Utrecht
Musikvereinssaal_2.jpg
Concertorgel van de Wiener Musikverein
9-2-018-0106_Grootte_Kerk_Adderley_street_Cape_Town.JPG
Orgel in de Groote kerk te Kaapstad

Wanneer de organist een toets indrukt, zorgt een mechaniek ervoor dat er vanuit de windvoorziening lucht in een of meer pijpen stroomt. Afhankelijk van de grootte, de vorm en het materiaal van de pijpen kan een grote verscheidenheid aan klanken voortgebracht worden. Vrijwel ieder pijporgel is verschillend van samenstelling. De kleinste orgels hebben één klavier en één rij pijpen: voor iedere toets van het klavier een pijp. De grootste orgels hebben vijf of zelfs zes klavieren en een pedaal en meer dan tienduizend pijpen, verdeeld over pijpenrijen die met honderden registerknoppen bediend kunnen worden.

Pijporgels komen veel voor in Europa en in Noord-Amerika en worden vooral aangetroffen als kerkorgel en ook wel als concertorgel of huisorgel. Als krachtig instrument dat door één persoon bespeeld kan worden beschouwen veel christelijke kerken het orgel als een geschikt middel voor de begeleiding en/of omlijsting van de samenzang tijdens kerkdiensten. Vele componisten, onder wie Johann Sebastian Bach, hebben muziek voor het orgel geschreven, zowel voor kerkelijk als niet-kerkelijk gebruik, zodat er een uitgebreide orgelliteratuur is ontstaan, die bij orgelconcerten ten gehore wordt gebracht.

Een bijzonder soort pijporgel is het theaterorgel, dat met name aan het begin van de 20e eeuw gebouwd werd voor de begeleiding van stomme films.

Het elektronisch orgel is meestal bedoeld als imitatie van het pijporgel. Het wordt vooral gebruikt in huiskamers en kleine zalen. Het wordt steeds meer vervangen door het virtueel pijporgel, ook als aanvulling op het bestaande pijporgel, waardoor een hybride orgel ontstaat.

In het systeem van Sachs-Hornbostel wordt het pijporgel ingedeeld als aerofoon.

Oops something went wrong: