Magnitude is de helderheid van een ster of ander hemellichaam, uitgedrukt op basis van een logaritmische schaal. Magnitude betekent letterlijk grootte of omvang. Hierbij is het volgende te onderscheiden:

De dubbelster Sirius heeft een magnitude van −1,46; de magnitude van de begeleider (Sirius B, linksonder) is +8,30
Dit artikel gaat over sterrenkunde. Voor de magnitude van aardbevingen, zie Momentmagnitudeschaal.
Het hier gebruikte begrip
helderheid moet niet verward worden met dat van Helderheid (beeld), uitgedrukt in candela, waarbij de schaal niet logaritmisch is.

De magnitude van een hemellichaam wordt gemeten op een bepaalde golflengte, gewoonlijk in het zichtbare of infrarode gebied. De visuele (V) magnitude wordt bepaald bij een golflengte van 551 nm.

Hoe groter de helderheid, hoe kleiner het magnitudegetal. Bij kans op verwarring kan men beter zeggen "heeft een kleiner magnitudegetal" dan "heeft een kleinere magnitude".

Oops something went wrong: