Terts (muziek)

interval tussen twee tonen / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Een terts (van Latijn: tertius, de derde) is in de muziektheorie het interval in een diatonische toonladder tussen een eerste toon en de daarboven liggende derde. Een terts omvat twee toonafstanden. Het interval tussen bijvoorbeeld de tonen c en e is dus een terts. Men zegt dat de e een terts boven de c ligt. Daarnaast wordt ook de toon die in een diatonische toonladder op de derde toontrap ligt, de terts genoemd. Zo is de e de terts in de toonladder van c. Ook wordt de tweeklank die bestaat uit twee tonen die een terts uit elkaar liggen, als terts aangeduid. De tweeklank c-e is een terts, of de tonen c en e vormen een terts.

Kleine terts omhoog:
Kleine terts omlaag:
Grote terts omhoog
Grote terts omlaag:

Samen met hun omkeringen, de sexten, zijn de tertsen de meest voorkomende intervallen in de klassieke muziek, tezamen vormen zij de ruggengraat van functionele harmonie. Vanwege het historisch steeds veelvuldiger voorkomen van tertsen en sexten na circa 1350 is de stemming van de intervallen in de geschiedenis meermaals aangepast, om al deze harmonieën welluidender te maken.