Een waterstofeconomie is een mogelijk toekomstige economie waarbij waterstofgas de belangrijkste energiedrager is. Dit in tegenstelling tot de huidige economie waar fossiele brandstoffen de belangrijkste energiedragers zijn. Waterstof is drager van energie, géén energiebron: het moet geproduceerd worden met bijvoorbeeld elektriciteit. Waterstof kan ingezet worden als een klimaatneutrale brandstof, in het bijzonder om warmte te genereren, maar ook om voertuigen aan te drijven.

Elementen van de waterstofeconomie
Waarom rijden we nog niet massaal op waterstof? - Universiteit van Nederland

De waterstofeconomie is een mogelijke manier om het gebruik van fossiele brandstoffen uit te faseren en de opwarming van de aarde te beperken. Bij de verbranding van waterstofgas komt namelijk alleen water vrij en geen CO2. In 2019 werd waterstof voornamelijk gebruikt als industriële grondstof, bijvoorbeeld voor de productie van ammoniak, methanol en voor raffinage van aardolie.

Waterstofgas komt niet voor in natuurlijke reservoirs. Vrijwel alle waterstof die de industrie gebruikt, wordt geproduceerd door middel van stoomreforming. In mindere mate wordt waterstof ook gewonnen uit de elektrolyse van water. Een cruciale voorwaarde voor de duurzaamheid van de waterstofeconomie is dat productie van waterstof duurzaam verloopt. Dit houdt in dat men gebruik moet maken van groene stroom. Bij conventionele technieken als stoomreformatie is CO2 vaak een bijproduct.

Er zijn nog geen landen die een waterstofeconomie hebben geïmplementeerd. Desondanks zijn er plannen om waterstof (of brandstoffen zoals methaan of methanol) in toenemende mate te integreren in de bestaande energie-infrastructuur als onderdeel van de energietransitie en de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen.[1]