Hongkong trad op als gastheer van de vierde editie van de wereldkampioenschappen zwemmen kortebaan (25 meter). Het toernooi in de voormalige Britse kroonkolonie, inmiddels onderdeel van de Volksrepubliek China, had plaats van donderdag 1 april tot en met zondag 4 april 1999. Net als twee jaar eerder, toen Göteborg gastheer was van het toernooi, koos de organisatie voor een bestaand multifunctioneel sport- en amusementscomplex, het imposant grote Coliseum, dat werd voorzien van een tijdelijk 25-meterbassin.

Aan het toernooi deden volgens de officiële FINA-opgave 516 zwemmers en zwemsters mee, afkomstig uit 61 landen. Het evenement resulteerde in acht wereld- en elf Europese records op. Voor het eerst was bij een groot internationaal toernooi de zogeheten eenstart-regeling van kracht: een valse start werd meteen bestraft met diskwalificatie.

Nederland verscheen met een 25 zwemmers sterke equipe, die in totaal 22 finaleplaatsen behaalde: tien bij de vrouwen, twaalf bij de mannen. Grootste verrassing was de bronzen medaille van Joris Keizer op de 50 meter vlinderslag. Opmerkelijk was de wereldtitel, die Nederland in de schoot geworpen kreeg op de 4×200 meter vrije slag. Australië probeerde in de series het wereldrecord te verbeteren met de 'reserveploeg', maar beging daarbij een blunder. Nadat de opstelling was doorgegeven, bedacht een van de coaches dat de twee laatste zwemmers toch beter met elkaar van plaats konden wisselen. Die ‘move’ werd de Australiërs fataal, omdat zoiets bij reglement sinds enkele jaren verboden is.