Stad

grote en permanente nederzetting, in het algemeen bestaande uit minimaal enkele tienduizenden inwoners / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Een stad is, in tegenstelling tot een dorp, een grotere plaats waar mensen wonen, gelegen aan grotere verkeerswegen en met een eigen bestuurs- en verzorgingsstructuur.

Zie Stad (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Stad.

Het onderscheid tussen steden en dorpen wordt meestal gemaakt op grond van de grootte (het aantal inwoners) of het voorzieningenniveau. Waar dorpen zich kenmerken door een landelijk karakter, weinig voorzieningen en een hechte gemeenschap, zijn steden dichter bevolkt, bezitten meer voorzieningen (scholen, ziekenhuizen, een schouwburg, grotere stations etc.), en kennen geen hechte gemeenschap ("opgaan in de massa"). Inwoneraantallen zijn als maatstaf sterk afhankelijk van de algehele bevolkingsdichtheid van een gebied: zo zal een plaats met zo'n 1000 inwoners in Tsjaad al een stad zijn, terwijl daar in Japan ten minste 50.000 inwoners voor nodig zijn.

In het middeleeuwse Europa gold een andere definitie: steden waren plaatsen met stadsrechten, zoals het hebben van een stadsmuur en het hebben van een eigen rechtspraak en het heffen van belastingen. In sommige landen, zoals België en Duitsland, hebben zulke plaatsen een bijzondere juridische status als stad, ook al houdt die status vaak niet meer in dan dat de plaats of gemeente zich officieel 'stad' mag noemen. In Nederland is dat niet meer het geval, maar worden plaatsen als Klundert, Sloten, Hindeloopen, Ommen en Stavoren, die volgens de moderne definitie dorpen zijn, in hun historische context steden genoemd.