Top Qs
Tijdlijn
Chat
Perspectief
Belgisch trekpaard
paardenras Van Wikipedia, de vrije encyclopedie
Remove ads
Het Belgisch trekpaard,[1] Brabants trekpaard of Brabander is een koudbloed paardenras afkomstig uit België.
Remove ads
Geschiedenis
Samenvatten
Perspectief
Tijdens de Romeinse bezetting van de contreien die overeenkomen met het huidige België, werden voorlopers van het Belgisch trekpaard al genoemd. Van de elfde tot de zestiende eeuw werd het trekpaard gebruikt als oorlogspaard in Brabant. In de tijden daarna werd het Belgisch trekpaard ingezet om zware werktuigen te trekken op het platteland, in de mijnbouw, de bosbouw en in de haven. Ook trokken ze (post)koetsen, de toenmalige paardentram en schepen.

In 1886 werd het stamboek van de "Sociëteit van het Belgisch Trekpaard" opgericht. Alle huidige trekpaarden stammen af van de bruine hengst Orange I.[1][2] Vanwege de goede kwaliteiten van het trekpaard werden omstreeks 1910 ongeveer 35.000 trekpaarden geëxporteerd vanuit België naar de Verenigde Staten, Canada, Rusland, Zweden, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland en Italië om de daar aanwezige paarden te verbeteren, zoals de Shire in Groot-Brittannië.
Na de Eerste Wereldoorlog was er een groot tekort aan paarden, omdat door de vechtende troepen paarden werden opgeëist om transporten te trekken, of als rijpaard. Vele van de in beslag genomen paarden stierven in gruwelijke omstandigheden aan het front.
Tijdens het Interbellum was er massaal vraag naar het trekpaard. Ze waren dan ook ruimschoots aanwezig in de gezichten van het landelijk landschap. De paarden waren nodig op de hoeves voor het bewerken van het land, het trekken van transporten en meer. Een paard hebben was in die tijd een teken van rijkdom. omdat de meeste boeren keuterboeren waren en geen geld hadden voor een paard, spanden zij meestal hun koe voor het werktuig. Het interbellum was eveneens ook een piek voor de exporthandel in trekpaarden.
Ook tijdens de tweede wereldoorlog werden de paarden opgeëist. Ditmaal over het algemeen alleen voor transport. Deze paarden hadden in de oorlog in het westen van Europa een beter leven dan in de eerste wereldoorlog en zeker dan aan het oostfront.
Door de landbouwmechanisatie na de Tweede Wereldoorlog werd het trekpaard langzaamaan overbodig. In 1950 waren er nog ongeveer 200.000 trekpaarden in België. In 1980 slonk dat aantal naar slechts 6000 trekpaarden. Fokkers en stallen verspreid over het land gingen zich terug inzetten om dit oer-Belgische paardenras te behouden. In 2004 waren er ongeveer 12.000 Belgische trekpaarden. Ze worden tegenwoordig gebruikt voor de mensport of om te fokken. Er vinden veel jaarmarkten en prijskampen plaats over het hele land, waar fokkers aan deelnemen om hun paarden ten toon te kunnen stellen.
Veel van de paardenfokkerijen waren en zijn nog steeds te vinden in het Pajottenland en de Denderstreek. In het centrum van Vollezele (Galmaarden) bevindt zich het Museum van het Belgisch Trekpaard en in de Pajotse dorpen Vollezele en Sint-Kwintens-Lennik (Lennik) staan standbeelden van Belgische trekpaarden. Een van de belangrijkste plaatsen inzake het Belgisch trekpaard is het dorp Grimminge (Geraardsbergen, de plaats van herkomst van Orange I.
Het Belgisch trekpaard, en de cultuur die hier mee verband houdt, is erkend als immaterieel cultureel erfgoed.
Remove ads
Uiterlijk
Het Belgisch trekpaard heeft een schofthoogte van ongeveer 1,70 m. Het paard heeft een krachtige en gedrongen lichaamsbouw met een veelal klein hoofd en een meestal korte, zware nek met een dubbele manenkam. Het achterste van het paard is stevig ontwikkeld. De benen zijn kort en sterk met grote hoeven en zwaar 'behang' (beharing aan de onderkant van de benen/kootgewrichten).
Lang tijd was het gebruikelijk de staart van trekpaarden te couperen. Dit houdt in dat de staart wordt ingekort. Deze gewoonte is ontstaan omdat boeren die vroeger met de paarden de akkers bewerkten vaak vlak achter het paard naast het werktuig liepen en niet wilden dat het paard de leidsels met de staart vast tegen hun billen zouden klemmen en zo verdere besturing van het getrokken werktuig onmogelijk zouden maken. Sinds 2001 is deze praktijk zowel in Nederland als in België bij wet verboden. Wel worden bij keuringen nog steeds de manen ingevlochten.
Het vachttype varieert. Ze komen voor in de vachtkleuren bruin, zwart, vos en schimmel. Het meest voorkomend is echter de kleurslag roan zoals bruinroan, zwartroan of vosroan.
Remove ads
Gedrag
Het Belgisch trekpaard wordt veelal gezien als een rustige reus. Hij schrikt niet af van directere bewegingen en veel last van luide geluiden zoals dat van een trein of tractor heeft hij niet. Het trekpaard is een rustig, volgend en rustig dier volgens velen. Dat is zo, mits de persoon die voor het paard staat zich ook zo gedraagt. Indien die minder geduldig met het paard omgaat, zal het paard dat ook doen en minder goed meewerken. De hengsten zijn zoals bij alle andere paardenrassen eigenzinnigere dieren die liever hun zin doen dan luisteren naar de eigenaar, maar ook hier kun je afwijkingen zien zoals rustigere hengsten.
Gebruik
Het Belgisch Trekpaard wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt als werkpaard. Aan de Belgische kust gebruiken garnalen- en krabbenvissers deze paarden in de paardenvisserij.[3] Daarnaast wordt het ras veel gebruikt in de mensport,[3] en voor het trekken van huifkarren en andere wagens. Het paard wordt ook wel gebruikt als rijpaard, maar is als koudbloedras minder sierlijk en lenig dan de warmbloedrassen doch er stallen bestaan die zich daarop focussen. Voor de rest worden er ook prijskampen en keuringen gehouden.
Remove ads
Verwante rassen
Het Nederlandse/Zeeuws Trekpaard is rond de Eerste Wereldoorlog ingekruist met het zwaardere Belgisch Trekpaard.[4] Het Nederlandse ras is in het Nederlandse Zeeuws-Vlaanderen vanouds geliefd als werkpaard en, sinds de tweede helft van de 20e eeuw, als hobbypaard. In grote delen van Zeeland worden deze vooral gebruikt voor het ringrijden, een folkloristische sport.
De andere Belgische trekpaardenrassen, de Ardenner,[3] het Vlaamse Paard en de Trait du Nord,[5] tonen ook veel gelijkenissen en historische verwantschap met het Belgisch Trekpaard.
Vaak wordt door Engelstaligen het Vlaamse Paard (Belgian Horse of Flemish Horse) verward met het Belgisch Trekpaard (Belgian Draught/Belgian Draft horse). Het Vlaamse Paard is erg populair bij de behoudsgezinde Amish, een strikt conservatieve gemeenschap in de Verenigde Staten. Deze Amish-paarden hebben ervoor gezorgd dat het Vlaamse Paardenras behouden kon blijven toen deze in België met uitsterven werd bedreigd.[6]
Remove ads
Afbeeldingen
- Grazend (gecoupeerde staart)
- Grazend
- Garnaalvisser in Oostduinkerke
- Garnaalvisser te paard in Oostduinkerke
- Achteraanzicht driespan op een weilandsurf-evenement
- Paardenshow
- Met tuig
- Galopperend in de paardenprocessie in Hakendover
- Zwart Belgisch Trekpaard
- Voskleur Belgisch Trekpaard
- Henry Schouten: Brabantse trekpaarden
- Infobord over het Belgisch trekpaard aan de Congoberg
Remove ads
Externe links
Wikiwand - on
Seamless Wikipedia browsing. On steroids.
Remove ads