Top Qs
Tijdlijn
Chat
Perspectief
LeTourneau Inc.
Van Wikipedia, de vrije encyclopedie
Remove ads
LeTourneau Inc. is een fabrikant van zwaar materieel. Het werd opgericht als R.G. LeTourneau, Inc. in 1929 door Robert Gilmour LeTourneau in Stockton (Californië) voor zowel grondverzet als de bouw van grondverzetmachines. Dit onderdeel valt sinds 2017 onder Komatsu onder de naam P&H. Sinds de jaren 1950 bouwt het bedrijf ook hefplatforms (jackups), maar dit onderdeel valt sinds 2016 onder Keppel Corporation.
Remove ads
Aanloop
Samenvatten
Perspectief
LeTourneau kwam in 1909 in Stockton en werkte daar vanaf 1910 in de Superior Garage waar hij voor de helft eigenaar van werd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij in de Mare Island Naval Shipyard. Toen hij na de oorlog terugkeerde naar Superior Garage bleek deze failliet. Om zijn deel van de schuld af te betalen, repareerde hij een Holt 75-tractor. De eigenaar vroeg daarna of hij met de tractor en een scraper een stuk land vlak wilde maken.
Hierna kocht hij in 1920 een oude Holt en huurde hij een Schmeiser-scraper. Naast de tractorbestuurder was ook iemand nodig om de scraper te bedienen, een zware taak in stof, lawaai en geschud die niemand langere tijd wilde doen. Uit zijn tijd bij de Mare Island Naval Shipyard kende hij generatoren en elektromotoren die na de oorlog voor dumpprijzen verkocht werden. Hij besloot deze zo aan te passen dat hij alles vanaf de tractor kon bedienen, wat boven verwachting bleek te werken. Hierna volgde echter ander werk, zodat hij de scraper terugbracht, met de gehele uitrusting er nog op. Toen hij later opnieuw een opdracht verkreeg waar hij de scraper voor nodig had, bleek deze al verhuurd. Hierop verkocht hij de generator op zijn eigen tractor aan zijn concurrent. Om zijn eigen opdracht uit te kunnen voeren, installeerde hij opnieuw een generator op zijn tractor en bouwde hij een sleepschraper met onderdelen die hij had in de werkplaats die hij ondertussen begonnen was. Dit was een combinatie van een conventionele schraper en een Fresno-schraper.
Hierna volgde een nieuw ontwerp, de Gondola, waarmee hij van de zomer 1922 tot het voorjaar 1923 aan het werk kon, genoeg geld verdienend om een nieuwe en zwaardere Holt 75 T-8 te kopen. Daarmee kon hij een zwaardere scraper trekken die hij zelf bouwde, de Mountain Mover. Eind 1923 volgde het vierde ontwerp, een zelfrijdende scraper, de Electric Self-Propelled Scraper. Hier gebruikte hij de motor van een oude Locomobile om de elektromotoren aan te drijven, een vroege vorm van benzine-elektrische aandrijving. Deze was echter erg langzaam en na hier bijna twee jaar mee gewerkt te hebben, bouwde hij deze om naar een getrokken versie.
Hierna bouwde hij enkele versies op rupsbanden. Aangezien het geen seriebouw betrof, was verkoop hiervan moeilijk, maar het stelde hem in staat om grotere opdrachten meer als aannemer dan als loonwerker aan te nemen. Zo verkreeg hij in 1926 zijn eerste opdracht, het aanleggen van een weg van Stockton naar Oakland. Nieuwe opdrachten volgden, met nieuwe machines. De mogelijkheden die deze machines boden, trokken nu wel klanten en zo werd R.G. LeTourneau Grading Machinery op 19 november 1929 R.G. LeTourneau, Inc.
Remove ads
R.G. LeTourneau, Inc.
Samenvatten
Perspectief
Met meer opdrachten werd het in 1930 noodzakelijk om een tweede fabriek te openen, wederom in Stockton. In 1931 verkreeg LeTourneau zijn grootste opdracht ooit, de aanleg van de Boulder Highway, een belangrijk onderdeel voor de bouw van de Boulderdam, nu bekend als de Hooverdam. Financieel bracht dit hem echter bijna aan de afgrond en in 1932 besloot LeTourneau om het aannemersdeel af te stoten en zich volledig te richten op het fabricagedeel. Dat jaar introduceerde het bedrijf de Carryall, wat het bedrijf de belangrijkste bouwer van scrapers in de wereld zou maken. Hierin werden de belangrijkste vindingen tot die tijd gecombineerd, waaronder kabelbediening, banden in plaats van stalen wielen, uitwerper en schort. In 1933 introduceerde LeTourneau de Bulldozer en de Angledozer.
LeTourneau baseerde het materieel al op de tractors van Caterpillar, het vroegere Holt, en in 1934 werd dit bezegeld met een overeenkomst waarbij Caterpillar als dealer fungeerde, afgezien van militair materieel. In 1935 werd een fabriek geopend in Peoria in Illinois om de oostelijke markt beter te kunnen bedienen en omdat Caterpillar hier was gevestigd. In 1939 volgde Toccoa in Georgia, in 1941 Rydalmere in Australië, in 1942 Vicksburg in Mississippi en in 1946 Longview in Texas en Stockton-on-Tees in Engeland. De laatste werd vanwege productie- en arbeidsproblemen het jaar daarop alweer gesloten, maar de andere locaties bleken succesvol.

In 1938 introduceerde LeTourneau de Tournapull, een tractor met hogere snelheid dan tot dan gebruikelijk. Deze moest de beperkende factor van de bestaande tractors voor de Carryalls doorbreken. In plaats van rupsbanden, maakte deze gebruik van speciaal door Firestone ontworpen banden op een enkele as en was daarmee sneller en wendbaarder. Aanvankelijke modellen kenden de nodige problemen met vooral de transmissie. LeTourneau zocht samenwerking met Caterpillar, maar directeur Claude Heacock zag niets in het opmerkelijke ontwerp. Hoewel aanvankelijk motoren van Caterpillar gebruikt werden, kwam LeTourneau hiermee op hun terrein. In 1944 kwam dan ook een einde aan de samenwerking en begon ook Caterpillar met de productie van scrapers. In de Tweede Wereldoorlog domineerde LeTourneau echter nog en leverde zo'n 70% van de grondverzetmachines voor het Amerikaanse leger. Ook ontwikkelde het een machine om vliegtuigwrakken snel van de landingsbaan te kunnen verwijderen, de Tournacrane.
In 1946 werd de LeTourneau Technical Institute geopend in Longview waar ingenieurs en monteurs opgeleid werden.

In de jaren 1950 ontwikkelde LeTourneau enkele overland trains, road trains voor offroadgebruik.
Remove ads
LeTourneau-Westinghouse
Samenvatten
Perspectief
In 1950 zette LeTourneau in op de Electric Wheel, een naafmotor. Dit idee was hem bijgebleven sinds de Electric Self-Propelled Scraper uit 1923 die met de techniek van toen echter te langzaam was. De investeringen die nodig waren voor deze dieselelektrische aandrijving droegen waarschijnlijk bij aan de verkoop van het bedrijf in 1953 aan Westinghouse Air Brake Company (WABCO). LeTourneau moest zich vijf jaar onthouden van activiteiten in het grondverzet, maar behield de rechten op de naafmotor.
In 1955 werd J.D. Adams overgenomen door LeTourneau-Westinghouse, waarmee het bedrijf ook beschikte over graders. Dat jaar werd ook de eerste boomstammenlader (log-stacker) geïntroduceerd. Ondanks dat in 1956 begonnen werd met de aanleg van het Interstate Highway System groeide de omzet van LeTourneau-Westinghouse daarna echter nauwelijks. Waar andere bedrijven als Caterpillar een breed assortiment aan konden bieden, kon LeTourneau-Westinghouse dat niet. De producten die wel gevoerd werden, onderscheidden zich daarnaast nauwelijks in de markt, zoals het door General Motors in 1953 overgenomen concurrent Euclid wel deed met ook een beperkt aantal modellen.
In 1967 werd Scoopmobile Company overgenomen, een fabrikant van wielladers. Dit was een poging tot diversificatie, maar bleef zonder effect door de marginale positie van Scoopmobile. In een verdere poging tot diversificatie werd ook een partnerschap aangegaan met Komatsu dat een uitgebreid assortiment had. Ook dit was echter weinig succesvol. Ook werd een straddle carrier geïntroduceerd.
In 1968 werd het moederbedrijf WABCO onderdeel van een overnamestrijd tussen Crane Company en American Standard, waarbij de laatste succesvol was. De naam LeTourneau werd daarna losgelaten ten faveure van WABCO. Dat had daarnaast sinds 1953 de lijn Wabco Haulpak dat haul trucks bouwde, waarvan de grootste de Wabco 3200B was. Deze hadden meer succes dan de scrapers en graders die uiteindelijk uit het programma verdwenen, al hadden de ladderscrapers nog wel succes gehad. In 1984 werd dit onderdeel overgenomen door Dresser Industries en werd in 1988 onderdeel van de joint-venture KDC met Komatsu. In 1994 werd KDC volledig onderdeel van Komatsu dat rond 1998–99 de naam Haulpak uitfaseerde.
Remove ads
Jack-ups

LeTourneau bood Zapata Offshore aan voor eigen rekening een hefplatform (jack-up) te bouwen met een voorschot van 400.000 dollar. Als het platform niet zou werken, zou Zapata het voorschot terugkrijgen, als het wel zou werken, zou er nog eens 550.000 dollar betaald worden en 38.000 aandelen in Zapata Offshore. Dit aanbod gaf Zapata vertrouwen en zo bouwde LeTourneau in 1955 de Scorpion. Dit was een verbeterde versie van het DeLong-platform waarbij LeTourneau het ponton driehoekig had gemaakt met drie poten voorzien van een open K-vakwerkconstructie. Deze boden voldoende sterkte voor grotere waterdieptes, zonder de golfkrachten te vergroten zoals bij eerdere gesloten spudpalen het geval was. De poten werden daarbij via een tandheugel op en neer gelaten in plaats van met perslucht zoals bij DeLong. De Scorpion werd in 1956 opgeleverd en bleek een groot succes. Daarop werd een tweede platform besteld en deze Vinegaroon werd in 1957 opgeleverd. Het ontwerp werd dat jaar beproefd door orkaan Audrey die beide platforms zonder schade doorstonden.
Remove ads
Electric Diggers
In 1958 begaf LeTourneau zich naast de jackups weer in het grondverzet, maar mocht de naam LeTourneau daarbij niet meer gebruiken. Hij richtte zich daarbij op het gebruik van de naafmotor in steeds grotere machines, waar hij tussen 1959 en 1966 zo'n dertig verschillende types van bouwde, die geen van allen goed verkochten. De LT-360 Electric Digger uit 1966 was de grootste uit die serie. Ook met kiepwagens wist hij geen succes te boeken. In 1966 kwam het bedrijf in zwaar weer door de slechte resultaten en de landinrichtingprojecten in Peru en Liberia die nooit zelfbedruipend werden. De jackups waren de kurk waar het bedrijf op bleef drijven.
Remove ads
Marathon LeTourneau
Samenvatten
Perspectief
In 1969 overleed LeTourneau en het jaar daarop werd het bedrijf overgenomen door Marathon en werd Marathon LeTourneau genoemd. Het breidde de L-serie van wielladers uit en verkreeg in 1985 de Titan-divisie van General Motors. Dit was een afsplitsing van het eerder door GM verkochte Terex. In 1979 was het al overgenomen door Penn Central dat het onderbracht bij een ander dochterbedrijf, General Cable, wat afgestoten werd in 1992.
Aanvankelijk werden de jackups vooral gebouwd in Vicksburg, afgezien van enkele in licentiebouw. Na de overname door Marathon opende deze ook in Brownsville in Texas een werf waar in eerste instantie enkele halfafzinkbare platforms (semis) werden gebouwd, later ook jackups. In 1988 werd deze werf overgenomen door Allison en McDermott die het in 1990 overdeden aan Far East Levingston Shipbuilding (FELS), onderdeel van Keppel, waarna de werf verderging als AmFELS. Hier werden ook nog jackups in licentie gebouwd.
In 1971 werd ook een werf geopend in Singapore tot het deze in 1985 moest sluiten vanwege de slechte offshoremarkt. In 1972 werd in Schotland de werf van John Brown & Company in Clydebank overgenomen. In 1980 werd deze overgedaan aan Union Industrielle d'Entreprise (UIE) en ook hier werd daarna nog in licentie gebouwd.
In 1983 werd een nieuw model jackup geïntroduceerd, de 116-C, wat een van de meest populaire platforms werd. Ook de Gorilla-serie voor boren in zware omstandigheden volgde dat jaar, met Rowan Companies als grootste klant.
Remove ads
LeTourneau
In 1994 nam Rowan het bedrijf over van General Cable en veranderde de naam naar LeTourneau Inc., om het in 2006 naar LeTourneau Technologies te veranderen. In 2011 werd het bedrijf verkocht aan Joy Global, dat de divisie Drilling, Marine and Power overdeed aan Cameron International. In 2016 nam Keppel deze divisie over. Daarmee kreeg het de beschikking over de lijn van jackups.
Joy Global werd in 2017 overgenomen door Komatsu dat daarmee de beschikking kreeg over de divisie met grondverzetmachines. Deze worden verkocht onder de naam P&H naar Pawling & Harnischfeger, voorganger van Joy Global.
Remove ads
Constructielijst platforms
Remove ads
Literatuur
- Haycraft, W.R. (2002): Yellow Steel. The Story of the Earthmoving Equipment Industry, University of Illinois Press
- Orlemann, E.C. (2001): LeTourneau Earthmovers, MotorBooks International
Externe link
Wikiwand - on
Seamless Wikipedia browsing. On steroids.
Remove ads