cover image

Drugs, of narcotica zijn chemische stoffen die invloed hebben op het centraal zenuwstelsel.[1][2] Het kan gaan om geneesmiddelen of genotmiddelen die een meer of minder drogerende, verdovende, opwekkende of bewustzijnsverruimende werking hebben en die tot afhankelijkheid of verslaving kunnen leiden. Men spreekt van drugs wanneer de drogerende werking door de gebruiker gezocht wordt en geen medisch doel dient.[3]

Zie Drug (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Drug.
Cannabis, een bekende recreatieve drug

Elke chemische stof die bij inname een direct effect heeft op het centraal zenuwstelsel en die specifieke veranderingen in zijn functies veroorzaakt, wordt als psychoactief beschouwd. Psychoactiviteit treedt op omdat een verbinding interageert met een reeks specifieke receptoren in de hersenen. Sommige stoffen zijn vrij eenvoudig in hun werking. Opioïden werken op dezelfde manier samen met opioïde-receptoren als endorfines, en produceren bijgevolg endorfine-achtige effecten. Er kunnen opmerkelijke verschillen zijn in potentie, euforie of analgesie, maar de verschillen in subjectieve effecten zijn beperkt. Andere groepen, zoals psychedelica, werken via meer complexe mechanismen.

Het woord narcotica wordt vaak gebruikt bij de Nederlandse justitie en politie voor verdovende middelen, vaak in de context van verboden middelen. Het woord drug komt oorspronkelijk van het Middelnederlandse woord droge waar ook het woord drogist vandaan komt. Het Franse woord drogue is aan het Middelnederlands ontleend en het Engelse woord drug is op zijn beurt weer aan het Frans ontleend. Het Nederlands heeft het weer uit het Engels gehaald, hoewel het daar zowel medicijn als verdovend, stimulerend, verboden of bewustzijnsverruimend middel betekent — die eerste betekenis heeft drug in het Nederlands niet. In het Frans wordt een verdovend middel ook wel stupéfiant genoemd, een woord dat ook verbluffend betekent.