Historische taalkunde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De historische taalkunde, ook wel diachronische of diachrone taalkunde, is de studie van taalverandering en dan meer de aard daarvan dan de taalverandering zelf. De volgende vijf hoofdpunten staan centraal:

  • waargenomen taalveranderingen beschrijven en verklaren.
  • de historische ontwikkeling van talen reconstrueren en hun onderlinge verwantschap ontdekken (vergelijkende taalkunde). Door bij verschillende talen terug te gaan in de tijd bouwt men een genealogie van taalverwantschap op, en komt men tot gemeenschappelijke stamtalen zoals het Proto-Indo-Europees.
  • algemene theorie├źn ontwikkelen met behulp waarvan taalverandering wordt beschreven en verklaard.
  • de geschiedenis van spraakgemeenschappen beschrijven.
  • etymologie, ofwel de geschiedenis van woordvormen.

Daarnaast heeft de historische taalkunde ook betrekking op de dialectologie, de fonologie, de morfologie en de syntaxis.

De historische taalkunde kan als hyperoniem worden verbonden aan de theoretische studie van taalverandering en als minder brede term aan de veranderingen van talen apart.