Hout

materiaal afkomstig van bomen / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Hout is het voornaamste bestanddeel van houtige planten: (vooral) bomen en struiken. Botanisch gezien is hout het door het cambium geproduceerd secundaire xyleem van zaadplanten. Volgens deze definitie zijn de houtige weefsels van bijvoorbeeld palmen geen hout in de strikte zin. Een kenmerk is verder de afzetting van lignine (houtstof) in de celwanden. In een andere omschrijving wordt hout daarom gezien als verhout plantenweefsel.

Zie Hout (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Hout.
Doorgezaagde stam van een boom met inwendige hartscheuren
Tangentiale doorsnede van een 4-jarige stam:0 = merg; 1 = grens jaarring; 2 = secundair xyleem met harskanalen; 3 = primaire mergstralen; 4 = secundaire mergstralen; 5 = cambium; 6 = mergstralen in de bast; 7 = kurkcambium; 8 = bast; 9 = schors.

De takken, stammen en wortels van houtige (niet-kruidachtige) planten bestaan voor een belangrijk deel uit hout. Hout vormt het binnenste en grootste deel van de stam. Houtige gewassen zijn bomen, struiken, cactussen of lianen (zoals druiven).