Jaar |
Naam |
Toelichting |
1969 |
Ragnar Frisch Jan Tinbergen |
“Voor het ontwikkelen en uitvoeren van dynamische modellen voor analyses van economische processen." |
1970 |
Paul Samuelson |
“Voor het wetenschappelijk werk waarmee hij statische en dynamische economische theorieën heeft ontwikkeld en het actief bijdragen tot het verhogen van analyses in de economische wetenschap." |
1971 |
Simon Kuznets |
|
1972 |
John Hicks Kenneth Arrow |
“Voor hun bijdrage aan de algemene evenwichtstheorie en de welvaartstheorie." |
1973 |
Wassily Leontief |
“Voor het ontwikkelen van de input-output methode en de toepassing daarvan op belangrijke economische vraagstukken." |
1974 |
Gunnar Myrdal Friedrich von Hayek |
“Voor hun werk aan de geldtheorie en economische fluctuaties en hun analyse van de afhankelijkheid van economische, sociale en institutionele fenomenen." |
1975 |
Leonid Kantorovitsj Tjalling Koopmans |
|
1976 |
Milton Friedman |
|
1977 |
Bertil Ohlin James Meade |
“Voor hun baanbrekende bijdrage aan de internationale handelstheorie en internationale kapitaalbewegingen." |
1978 |
Herbert Simon |
“Voor zijn pioniersonderzoek naar het keuzeproces in economische organisaties." |
1979 |
Theodore Schultz William Arthur Lewis |
“Voor hun pioniersonderzoek naar de economische ontwikkeling, onderzoek waarin vooral aandacht besteed werd aan problemen in zich ontwikkelende landen." |
1980 |
Lawrence Klein |
|
1981 |
James Tobin |
|
1982 |
George Stigler |
|
1983 |
Gérard Debreu |
|
1984 |
Richard Stone |
|
1985 |
Franco Modigliani |
|
1986 |
James M. Buchanan |
|
1987 |
Robert Solow |
|
1988 |
Maurice Allais |
|
1989 |
Trygve Haavelmo |
|
1990 |
Harry Markowitz Merton Miller William Sharpe |
|
1991 |
Ronald Coase |
“Voor zijn ontdekking en verklaring van het belang van transactiekosten en eigendomsrecht voor de institutionele structuur en het functioneren van de economie." |
1992 |
Gary Becker |
“Voor het uitbreiden van het domein van micro-economische analyse naar een brede waaier aan menselijke gedragingen en interacties, waaronder ook gedrag buiten de markt." |
1993 |
Robert Fogel Douglass North |
“Voor het vernieuwen van onderzoek in economische geschiedenis door de toepassing van economische theorie en kwantitatieve methoden om economische en institutionele verandering te verklaren." |
1994 |
Reinhard Selten John Forbes Nash jr. John Harsanyi |
“Voor hun baanbrekende analyse van evenwicht in de theorie van niet-coöperatieve spellen." |
1995 |
Robert Lucas jr. |
|
1996 |
James Mirrlees William Vickrey |
|
1997 |
Robert C. Merton Myron Scholes |
|
1998 |
Amartya Sen |
“Voor zijn bijdrage aan de welvaartseconomie." |
1999 |
Robert Mundell |
|
2000 |
James Heckman |
|
Daniel McFadden |
|
2001 |
George Akerlof Michael Spence Joseph Stiglitz |
|
2002 |
Daniel Kahneman |
“Voor het integreren van inzichten uit psychologisch onderzoek in de economische wetenschappen, meer bepaald betreffende het menselijke oordeelsvermogen en het nemen van beslissingen in situaties van onzekerheid." |
Vernon L. Smith |
“Voor het tot stand brengen van laboratoriumexperimenten in empirische economische analyse, meer bepaald in de studie van alternatieve marktmechanismen." |
2003 |
Robert Engle |
|
Clive Granger |
|
2004 |
Finn Kydland Edward Prescott |
“Voor hun bijdragen aan dynamische macro-economie: de consistentie van economisch beleid over tijd, en de drijvende krachten achter conjunctuur." |
2005 |
Robert Aumann Thomas Schelling |
“Voor het vergroten van ons begrip van conflict en samenwerking door speltheoretische analyse." |
2006 |
Edmund Phelps |
|
2007 |
Leonid Hurwicz Eric Maskin Roger Myerson |
“Voor het leggen van de basis van de theorie van mechanism design." |
2008 |
Paul Krugman |
“Voor zijn analyses van handelspatronen en de locatie van economische activiteiten." |
2009 |
Elinor Ostrom |
“Voor haar analyse van economisch bestuur, vooral in het publieke veld." |
Oliver Williamson |
”Voor zijn analyse van economisch bestuur, vooral waar het gaat om de grenzen van bedrijven." |
2010 |
Peter Diamond Dale Mortensen Christopher Pissarides |
“Voor hun onderzoek naar zoekfricties op markten." |
2011 |
Christopher Sims Thomas Sargent |
“Voor hun onderzoeken over de macro-economie." |
2012 |
Alvin Roth Lloyd Shapley |
“Voor hun onderzoek naar de manier waarop allerlei zaken in de economie worden gematcht." |
2013 |
Eugene Fama Lars Peter Hansen Robert Shiller |
“Voor hun empirische analyse van de prijzen van activa." |
2014 |
Jean Tirole |
“Voor zijn analyse van de kracht van de markt en regulering." |
2015 |
Angus Deaton |
“Voor zijn analyse van consumptie, armoede en welvaart." |
2016 |
Oliver Hart Bengt Holmström |
“Voor hun bijdrage aan de contracttheorie." |
2017 |
Richard Thaler |
“Voor zijn bijdrage aan de gedragseconomie." |
2018 |
William Nordhaus |
“Voor zijn werk in het integreren van klimaatverandering in macro-economisch onderzoek." |
Paul Romer |
“Voor zijn werk in het integreren van technologische innovaties in macro-economisch onderzoek." |
2019 |
Abhijit Banerjee Esther Duflo Michael Kremer |
“Voor hun experimentele aanpak om wereldwijd armoede te verlichten." |
2020 |
Paul Milgrom Robert B. Wilson |
“Voor verbeteringen in de veilingtheorie en het uitvinden van nieuwe vormen van veilingen." |
2021 |
Guido Imbens Joshua Angrist |
“Voor hun methodologische bijdragen aan de analyse van causale inferentie." |
David Card |
“Voor zijn empirische bijdragen aan de arbeidseconomie." |
2022 |
Ben Bernanke Douglas Diamond Philip Dybvig |
“Voor onderzoek naar banken en financiële crises." |
2023 |
Claudia Goldin |
"Omdat ze ons inzicht in de resultaten van de arbeidsmarkt voor vrouwen heeft vergroot." |
2024 |
Daron Acemoglu Simon Johnson James Robinson |
"Voor studies naar hoe instellingen worden gevormd en welvaart beïnvloeden." |