Symbiose

biologisch proces / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Symbiose (Oudgrieks: (ἠ) συμβίωσις: (het) samenleven) is in de biologie het langdurig samenleven van twee of meer organismen van verschillende soorten, waarbij de samenleving voor ten minste een van de organismen gunstig, of zelfs noodzakelijk is. De samenlevende partners heten symbionten. De grootste partner is de gastheer. Als het met één symbiont niet goed gaat, dan is het goed mogelijk dat dat voor de andere symbiont schadelijk is.

Symbiose s.l.
Soort A
← Soort B →
Voordeel
Neutraal
Nadeel
Voordeel
mutualisme,
symbiose s.s.
commensalisme parasitisme
Neutraal
· epifytisme
(bij planten)
amensalisme
Nadeel
· · concurrentie

De term 'symbiose' wordt in de Europese biologische wetenschap met name gebruikt in de betekenis van 'wederzijds voordelige co-existentie'. In de Anglo-Amerikaanse literatuur wordt hiervoor ook de term mutualisme gebruikt.[1] 'Symbiose' wordt voor alle vormen van samenleving als tegenstelling tot parasitisme gebruikt. Predatie is geen vorm van symbiose, noch van parasitisme.

Endosymbiose is een vorm van mutualistische symbiose, waarbij een organisme tussen de cellen, of zelfs in de cellen, (endocytobiose) van een gastheer leeft. Volgens de endosymbiontentheorie zijn eukaryoten in de evolutie ontstaan uit een vorm van endosymbiose.