Verfransing van Brussel

taalverschuiving van het Nederlands naar het Frans in Brussel / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De verfransing van Brussel is de ontwikkeling waarbij de aanvankelijk bijna uitsluitend Nederlandstalige stad[1][2][3] tijdens de voorbije twee eeuwen[1][4] tweetalig werd met het Frans als meerderheidstaal en lingua franca.[5] De assimilatie van de Nederlandstalige inwoners in de loop van enkele generaties was hiervoor doorslaggevend,[6][1][7][8][3] hoewel ook instroom uit Wallonië en later ook het buitenland een rol speelde.[1][9] De opmars van het Frans in het openbare leven begon geleidelijk aan tegen het einde van de 18e eeuw,[10][11] en bestendigde zich na de Belgische onafhankelijkheid.[12][13] Het Nederlands — waarvan de standaardisering in België nog erg zwak was[14][15][13] — kon niet wedijveren met het Frans, de exclusieve taal van het gerecht, de administratie, het leger, de cultuur, het onderwijs en de media.[16][17][2][18][4] Het prestige van het Frans werd zodanig breed gedragen[2][19][6][13][20][21] dat na 1880,[22][23][14] en vooral rond de eeuwwisseling,[13] de kennis van het Frans onder de Nederlandssprekenden explodeerde.[24] Hoewel tot na het midden van de 20e eeuw de meerderheid van de Brusselse bevolking tweetalig bleef,[24][6] werd het Brabants dialect[25] steeds minder doorgegeven aan de volgende generatie,[26] waardoor vanaf 1910 de groep eentalige Franstaligen steeds groter werd.[19][27] Dit assimilatieproces verloor aan kracht na de jaren 1960,[24][28] toen de taalgrens werd vastgelegd[29] en het economisch zwaartepunt van het land naar Vlaanderen was verschoven.[14][22]

Verspreidingsgebied van het Brabants, de oorspronkelijke volkstaal van Brussel
Frans en Nederlands zijn beide officiële talen van alle Brusselse gemeenten.

Door de aanhoudende toestroom van immigranten en de opkomst van Brussel als centrum van de naoorlogse internationale politiek bleef de relatieve positie van het Nederlands in de stad evenwel achteruitgaan.[4][30][31][24][26] De toenemende verstedelijking[32] deed, ondanks de vastlegging van de taalgrens, in een bijkomend aantal gemeenten in de Vlaamse Rand Franstalige meerderheden ontstaan.[29][33] Dit fenomeen van uitdijende verfransing — gekend als de "olievlek"[6][34][24] — vormt samen met het statuut van Brussel[35] een van de belangrijkste twistpunten in de Belgische politiek.[22][17]