Zeven wereldwonderen van de antieke wereld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De zeven wereldwonderen (van de antieke wereld) is een eretitel voor opmerkelijke constructies uit de klassieke oudheid.[1] Deze zeven bewondering en ontzag oproepende bouw- of kunstwerken uit de klassieke oudheid werden aangewezen door verschillende schrijvers, zoals mogelijk Philon van Byzantium (±280-210 v.Chr.), en Antipater van Sidon (2e eeuw v.Chr.). Alle zeven wereldwonderen bevinden zich binnen de grenzen van het rijk dat Alexander de Grote met hulp van de Grieken wist te veroveren. De meeste, maar niet alle, waren bovendien door Grieken gebouwd.

De zeven wereldwonderen (van links naar rechts, boven naar beneden): Piramide van Cheops, Hangende tuinen van Babylon, Tempel van Artemis in Efeze, Beeld van Zeus te Olympia, Mausoleum van Halicarnassus, Kolossus van Rodos en de Pharos van Alexandrië. De afbeeldingen, uitgezonderd de foto linksboven, zijn van de hand van de graveur Philip Galle, naar tekeningen van Maarten van Heemskerck.
De Piramide van Cheops, de enige van de zeven wereldwonderen van de klassieke wereld die nog overeind staat
De hangende tuinen van Babylon
De Pharos van Alexandrië, afgebeeld door de 16e-eeuwse Nederlandse schilder Maarten van Heemskerck
Huidige stand van zaken op de plek van de Tempel van Artemis in Efeze. Er is niet veel van over: enkel de gestapelde zuilen op de voorgrond
Artistieke weergave van het standbeeld van Zeus in Olympia
Het Mausoleum van Halicarnassus, afgebeeld door de 16e-eeuwse Nederlandse schilder Maarten van Heemskerck

Van de oorspronkelijke zeven wereldwonderen staat er nog slechts één overeind: de Piramide van Cheops, tevens het oudste bouwwerk van de wereldwonderen.