Top Qs
Tijdlijn
Chat
Perspectief
Witte paardenkastanje
soort uit het geslacht paardenkastanje Van Wikipedia, de vrije encyclopedie
Remove ads
Witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) is een snelgroeiende boom uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae). De soort komt van nature voor op de Balkan. In andere gematigde streken van de wereld wordt de witte paardenkastanje veel aangeplant vanwege de sierwaarde. Rond de 17e eeuw werd de boom al ingevoerd in Noordwest-Europa. Witte paardenkastanje kan tot 250 jaar oud worden.
Remove ads
Beschrijving
Samenvatten
Perspectief
- blad
- bloeiwijze
- Bloemen van dichtbij
- kastanjes
- Bladknop
- Bladknop
- Bladeren aan het begin van de herfst
- Hoefijzervorming bladlidteken
- Resten van de bloem na afvallen van de kastanjes
Witte paardenkastanje heeft een hoge, koepelvormige kroon met een korte, dikke, meestal naar linksdraaiende stam. De boomschors is donker grijsbruin of roodachtig bruin. Deze schilfert af in plakken.
De grijze of rozebruine twijgen zijn stevig en hebben bleke kurkporiën. De gesteltakken verlopen meestal horizontaal, terwijl jongere takken verticaal gericht zijn. De knoppen die hieraan zitten, zijn opvallend groot en spits. De grootte is ongeveer 2,5 × 1,5 cm. De knoppen zijn glanzend donker roodbruin, zeer harsachtig en kleverig.
De boom heeft samengestelde, tegenoverstaande bladeren. De bladontplooiing vindt plaats eind maart, begin april. Ze zijn handvormig en zijn gedeeld in vijf tot zeven deelblaadjes. Elk deelblaadje is 10–25 cm lang, omgekeerd eirond, wigvormig toegespitst en ongesteeld. De bladeren zijn dubbelgetand. De bladsteel kan tot 20 cm lang worden. Als de bladeren net aan de boom zitten, zijn ze aan de onderkant geelachtig groen en aan de bovenkant donkerder. De bovenkant is glad, de onderkant kalend of viltig. De herfstkleuren zijn goudgeel, oranjeachtig en rood. Als de bladeren afvallen, blijft er een hoefijzervormig litteken op de tak achter.

Witte paardenkastanje staat in bloei in begin mei. Witte paardenkastanje is eenhuizig en heeft een- of tweeslachtige bloemen. De bloemen van witte paardenkastanje staan in eindstandige bloeiwijzen, zijn circa 2 cm in doorsnede en hebben gerimpelde witte kroonblaadjes, die aan de voet rood of geel gevlekt zijn. De bloempjes vormen cilindrische of piramidale pluimen van 15–30 cm lang die rechtop staan. De bloemen zijn vijfvoudig met een dubbel bloemdek. De vijf bloembladen zijn 10 tot 15 millimeter lang, genageld en gekruld met trilharen. Er zijn gewoonlijk zeven meeldraden aanwezig; ze zijn naar boven gebogen en steken boven de bloemkroon uit. De witte bloemen hebben aan de voet van de kroonbladen een honingmerk. De onbestoven bloem met gele vlekken heeft een hoge nectarproductie. De kleur verandert na bestuiving via oranje naar rood naarmate er minder nectar wordt geproduceerd.
De vrucht is een driekleppige doosvrucht (bolster) groen, bolvormig met korte stekels. Ze hebben een doorsnede van ongeveer 6 cm. Ze zijn rijp in september. Ze splijten dan open en laten de zaden (kastanjes) met een glanzende mahoniebruine kleur vrij. De zware, houtachtige kastanjes kunnen, wanneer de bomen in straten staan, overlast geven.
Remove ads
Verspreiding
Het oorspronkelijke areaal van de witte (of gewone) paardenkastanje ligt op de Balkan en in Anatolië. De witte paardenkastanje is vanuit het gebied om Constantinopel in West-Europa ingevoerd in het midden van de 16e eeuw door Ogier Gisleen van Busbeke, die gezant was in dienst van de Duitse keizer bij de Osmaanse sultan. Hij heeft naast de witte paardenkastanje ook de sering en een aantal bolgewassen, waaronder tulpen, in West-Europa geïntroduceerd.[1]
Remove ads
Ecologie
De paardenkastanje is een kensoorten voor het onderverbond Ulmenion carpinifoliae van het verbond van els en gewone vogelkers (Alno-padion).
Toepassingen
Samenvatten
Perspectief
De boom is goed bestand tegen luchtvervuiling en wordt hierom veel toegepast in openbaar groen. Hij kan 30 m hoog worden, maar is meestal korter. De boom groeit goed op kleigrond of leemhoudende grond, maar hij gedijt ook in andere grondsoorten. Als sierboom worden langs straten, lanen, parken en plantsoenen vegetatief vermeerderde cultivars geplant. Voor aanplanting in bossen worden zaailingen gebruikt, generatief vermeerderende bomen. Voorbeelden van cultivars zijn:
- 'Baumannii' heeft duurzamer bloemen, maar blijft zonder vruchten.
- 'Pyramidale' heeft een witte bloem in een smalle, opgaande kroonvorm.
- 'Umbraculifera' heeft een witte bloem in een ronde kroonvorm.
Het hout van witte paardenkastanje is zacht en wit. In het hout zit van nature vrijwel altijd een (linkse) draai waardoor het hout ongeschikt is als timmerhout. Het kan gebruikt worden voor meubels en kisten. De gemalen vruchten (de kastanjes) worden wel als veevoer gebruikt in Oost-Europa of om paardenhoest te bestrijden. Ook voor geiten en varkens is de paardenkastanje eetbaar, maar voor mensen is ze giftig.
De vruchten bevatten saponine en kunnen daardoor in poedervorm of als afkooksel worden gebruikt als wasmiddel of shampoo.[2]
Gebruik in de alternatieve geneeskunde
In de alternatieve geneeskunde wordt het gebruik van de zaden aanbevolen voor verschillende kwalen. Actieve bestanddelen zijn aescinen, looistoffen en flavonglycosiden, die vaak tot een tinctuur worden verwerkt met een sterke werking op de bloedvaten, die wordt aanbevolen als pijnstiller en als middel tegen kramp, reuma, borstontsteking en maag- en darmklachten. Een thee van de zaden wordt aanbevolen tegen hoest.[3]
Remove ads
Ziektes en beschadigingen
Samenvatten
Perspectief
- aantastingen bij de paardenkastanje
- Door paardenkastanje-mineermot aangetast blad
- Paardenkastanje-mineermot
- Paardenkastanje-mineermot
- Ontpopte mineermot
- Bast
- Bast met beginnende bloeding
- Bloedende paardenkastanje door een aantasting van de bacterie Pseudomonas syringae
- Aantastingen door de bacterie Pseudomonas syringae
De larve van de paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella) mineert (graaft gangetjes) in de bladeren van witte paardenkastanje. De bladeren kleuren dan bruin en vallen af. Dit verzwakt de boom en kan, na verloop van tijd, de dood betekenen voor deze boom. Deze nachtvlinder, oorspronkelijk afkomstig uit China, rukt op vanuit Oost- en Centraal-Europa. Ook in Nederland wordt deze bladmineerder inmiddels aangetroffen.
De paardenkastanje is vatbaar voor verwelkingsziekte (Verticillium). Hierdoor sterven de bomen af en kan, omdat de schimmel in de bodem blijft, op dezelfde plaats geen nieuwe kastanjeboom groeien. Jonge bomen kunnen aangetast worden door de schimmel Guignardia aesculi, wat blijkt door bruine verkleuring en necrose van het blad. Ook de meeldauwsoort Erysiphe flexuosa kan de bladeren van deze boom aantasten.
In 2002 werd voor het eerst in Nederland (Haarlemmermeer) een nog onbekende ziekte op de witte paardenkastanje geconstateerd waaraan de bomen mogelijk kunnen doodgaan. Op de bast van de boom ontstaan roestbruine vochtige plekken, die gaan bloeden met een stroperige vloeistof. Men spreekt soms van de kastanjebloedingsziekte. De ziekte heeft zich inmiddels over het gehele land verspreid en er wordt onderzoek naar de veroorzaker gedaan. In 2005 bleek al 31% van de bomen ziek te zijn. Het lijkt er steeds meer op dat bacteriekanker (Pseudomonas syringae) de veroorzaker is. Infectieproeven gaven dezelfde symptomen. Overigens is de aantasting datzelfde jaar ook in Engeland, Duitsland, België, Frankrijk en Italië aangetroffen. Bestrijding is moeizaam en geschiedt met schimmel- en bacteriewerende middelen.
Remove ads
Trivia
Samenvatten
Perspectief
Heinrich Witte, in de tweede helft van de negentiende eeuw hortulanus van de Hortus botanicus Leiden, beschrijft in één van zijn teksten de boom op lyrische wijze en toont zijn bewondering voor zowel de bloemen, als de groei van de knoppen:
"Kloek en breed van houding, gesloten van groeiwijze, met bladeren zoo fraai als geen andere boom ze levert (…). Een echte feestboom, een ware Meiboom!
En ga nu eens na wat die in een kleine maand op den top van elke twijg uitrichtte. Daar verschenen twee paar bladeren, elk uit zeven zoogenaamde blaadjes (foliola) bestaande, maar die, ondanks dit verkleinwoord, toch 25 cM. lang, en, nabij den top, 12 cM. breed zijn.
Acht en twintig zulke blaadjes tegen elkaar gelegd vormen een heele oppervlakte (…), die bestaan uit twee opperhuids vliezen, een aan de boven- en een aan de ondervlakte, welke vliezen uit millioenen tegen elkaar liggende cellen zijn gevormd en daartusschen een uit verscheidene lagen bestaande cellenmassa (het bladparenchym), bovendien uit vele reeksen van vaatbundels (vezels en vaten) waaruit de nerven en aders bestaan. Wat een schepping op den top van één twijg, in ééne maand!
Maar bijna tegelijk met het verschijnen dier vier bladeren kwam ook reeds de bloempluim voor den dag en werd dagelijks zichtbaar langer en breeder, tot de knoppen zich openden en elke bloem uit een aantal bloemblaadjes, met wat er verder hij behoort, bleek samengesteld te zijn. Dit alles op ééne twijg!
Ga nu eens na wat een wonder daar door dien geheelen boom gewrocht werd. Men duizelt bij de gedachte aan de werkkracht, die zich in deze maand in dien stam en die takken deed gelden."[4]
Remove ads
Afbeeldingen
- bomen
- Opmerkelijke paardenkastanje van Rouveroy (België)
- 'Postzegelboom' aan het Noordeinde (Den Haag), geplant in 1883
- Kastanjeboom in de winter
Zie ook
Externe links
- Witte paardenkastanje op Flora van Nederland
- Witte paardenkastanje in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
Wikiwand - on
Seamless Wikipedia browsing. On steroids.
Remove ads