Top Qs
Timeline
Chat
Perspective
vlechten
From Wiktionary, the free dictionary
Remove ads
Dutch
Pronunciation
Etymology 1
From Middle Dutch vlechten, from Old Dutch *flehtan, from Proto-Germanic *flehtaną.
Verb
vlechten
- (transitive, intransitive) to braid
Conjugation
Derived terms
- aaneenvlechten
- aanvlechten
- afvlechten
- bevlechten
- dooreenvlechten
- doorvlechten
- gevlechten
- hervlechten
- ineenvlechten
- invlechten
- losvlechten
- navlechten
- omvlechten
- ondereenvlechten
- ontvlechten
- opvlechten
- overvlechten
- rondvlechten
- samenvlechten
- toevlechten
- vastvlechten
- vervlechten
- vlechtwerk
- volvlechten
- voortvlechten
Descendants
- Afrikaans: vleg
Etymology 2
See the etymology of the corresponding lemma form.
Noun
vlechten
Remove ads
Middle Dutch
Etymology
From Old Dutch *flehtan, from Proto-Germanic *flehtaną.
Verb
vlechten
Inflection
Descendants
- Dutch: vlechten
- Limburgish: vlèchte
Further reading
- “vlechten”, in Vroegmiddelnederlands Woordenboek, 2000
- Verwijs, E.; Verdam, J. (1885–1929), “vlechten”, in Middelnederlandsch Woordenboek, The Hague: Martinus Nijhoff, →ISBN
Remove ads
Wikiwand - on
Seamless Wikipedia browsing. On steroids.
Remove ads