Juten (volk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Algemeen wordt aangenomen dat de Juten (Latijn Iuti, Iutæ, Oudnoords Jotar, Oudengels Yte, Eotas) een Germaans volk vertegenwoordigen uit het huidige Jutland (Latijn Iutum), een geografisch gebied dat zich ooit uitstrekte over het westen van Denemarken en een deel van de Noord-Friese kust. De Juten worden naast de Angelen en Saksen genoemd als een van de drie Germaanse stammen die vanaf de 5e eeuw de Noordzee overstaken en Groot-Brittannië binnenvielen, nadat het eiland door de Romeinen onverdedigd was achtergelaten, en in Engeland de oorspronkelijk Keltische bevolking absorbeerden, vernietigden of verdreven. Volgens de Angelsaksische monnik Beda (672-735) vestigden de Juten zich in het koninkrijk Kent (Cantaware), Hampshire en op het eiland Wight. Een aantal toponiemen zouden getuigen van de Jutse aanwezigheid in het gebied, zoals Ytene, waarover Florence van Worcester wist te vermelden dat het in zijn tijd de naam was van het huidige New Forest.

Jutland_Peninsula_map.PNG
Donkerrode kleur: Jutland
Anglo_saxon_jute_575ad.jpg
Nederzetting van Juten (rood) in wat ooit Romeins Britannia was; 6e eeuw

Voor de aanwezigheid van de Juten in Kent bestaat een aantal aanwijzingen, zoals het bestaan van de reële verdeling van erfenis dat bekend is onder de naam gavelkind, maar van een Jutse aanwezigheid in Hampshire en het eiland Wight ontbreekt vrijwel elk archeologisch en toponymisch spoor. Robin Bush, een expert op het gebied, heeft zelfs de theorie voorgesteld dat de Juten van Hampshire en het eiland Wight slachtoffers van genocide door de West-Saksen zijn geworden, hoewel dit het onderwerp van veel academisch debat is geweest en werd tegengeworpen dat misschien alleen de adel werd vernietigd.[1][2]

Aangenomen wordt dat de achterblijvers op het continent de voorouders zijn van de inheemse bewoners van het moderne Jutland.

Sommige geleerden menen in de ēotenas die in het epos Beowulf betrokken waren bij het Fries-Deense conflict beschreven in de Finnesburg Episode (regels 1068-1159), en die ook genoemd worden in het daaraan verwante Oudengelse Finnesburg Fragment, de Juten te kunnen herkennen, terwijl anderen in ēotenas een synoniem voor "reuzen" zien of een kenning voor "vijand"; Als de Juten inderdaad dezelfde zijn als de Euthiones, dan worden deze genoemd in een gedicht van Venantius Fortunatus in het jaar 583 na Christus.

Oops something went wrong: