cover image

Een moeras (uit het Oudfrans marasc, Nieuwfrans marais[1]), ook wel veenmoeras genoemd, is een type drasland, dat wordt gedomineerd door kruidachtige in plaats van houtachtige plantensoorten[2] en waar veen wordt gevormd, een afzetting van dood plantmateriaal, vaak mossen en dan hoofdzakelijk veenmossen. Het is een overgangsgebied tussen water en land en wordt gekenmerkt door een hoge waterstand (boven het maaiveld) gedurende het hele jaar en een goed ontwikkelde kruidlaag met vooral veel helofyten. Vaak zijn er kenmerkende planten- en diersoorten.

Voor het gelijknamige natuurdoeltype, zie Moeras (natuurdoeltype).
veenmoeras in natuurgebied De Liereman

Het betreft een tussenfase in de successie. Deze tussenfase kan kunstmatig in stand gehouden worden door dieren of mensen, zodat er geen verdere successie optreedt. Bij dieren kan men bijvoorbeeld denken aan de Oostvaardersplassen in Flevoland, waar ganzensoorten door begrazing van het rietland hun eigen leef- en woongebied in stand houden.

Een broekbos is een specifiek type moeras, waarin de boomlaag beter is ontwikkeld dan de kruidlaag. Gebeurt er lange tijd niets, dan zal een moeras verder verlanden, en land worden met de grondwaterspiegel onder het maaiveld.[3]

Volgens INBO is de biotoop 'moeras' niet zo eenvoudig te definiëren. De grens met andere biotopen is in vele gevallen vaag.[4]

De Duitse en Deense tegenhangers van het woord 'moeras' (Marsch, marsk) kunnen verwarring oproepen, omdat hiermee vooral kwelders en ingedijkt polderland worden aangeduid. De Engelse term marsh en het Franse marais worden zowel voor moerasgebieden als voor polderland gebruikt.