Sekse

elk van de twee onderverdelingen (hetzij mannelijk dan wel vrouwelijk) waarin talloze organismes kunnen vallen naar gelang hun voortplantingsvermogen of -organen / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Sekse, geslacht of kunne is het onderscheid bij organismen gebaseerd op het biologische verschil in voortplantingsorganen, fysiologie en gedrag. Daarmee onderscheidt het zich van gender, wat de culturele uitdrukking is van die verschillen. Veel organismen zijn onder te verdelen in twee vormen. Bij geslachtelijke voortplanting of seksuele reproductie combineren de seksen hun genetisch materiaal in hun nakomelingen. Ook ongeslachtelijke voortplanting of aseksuele reproductie komt voor, waarbij geen genetisch materiaal wordt gecombineerd omdat er maar een ouder nodig is.

Figuur van een man (links) en vrouw (rechts), detail uit de gouden plaat van Pioneer 11.
Figuur van een man (links) en vrouw (rechts), detail uit de gouden plaat van Pioneer 11.

Bij de meeste meercellige en sommige eencellige organismen zijn er twee seksen: vrouwelijk en mannelijk. De vrouwelijke sekse is gedefinieerd als de sekse met de grootste geslachtscellen. Schimmels en sommige andere organismen bestaan in meer dan twee seksen, maar zij planten zich nog steeds in paren voort in elke combinatie van twee seksen. Sommige andere soorten als grondaaltjes of wormpjes kunnen zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten. Sommige soorten zijn hermafrodiet, dat wil zeggen dat ze beide seksen tegelijk hebben.

Er zijn verschillende geslachtsbepalingssystemen, waaronder XY-geslachtsbepaling (XX vrouwelijk, XY mannelijk) zoals bij de meeste zoogdieren, ZW-geslachtsbepaling (ZW vrouwelijk, ZZ mannelijk) zoals bij vogels, X0-geslachtsbepaling (XX vrouwelijk, één X, aangeduid X0 of XO, mannelijk) zoals bij veel insecten en spinachtigen en omgevingsafhankelijke geslachtsbepaling waaronder temperatuurafhankelijke geslachtsbepaling zoals bij veel reptielen en beenvissen en op basis van fotoperiodiciteit zoals bij enkele kreeftachtigen.

Diersoorten als sommige hagedissen en wandelende takken planten zich uitsluitend ongeslachtelijk voort en vele eencelligen planten zich geslachtelijk voort door celdeling; en er zijn soorten die zowel geslachtelijke als ongeslachtelijke voortplanting kennen zoals bladluizen.