Het woord 'volkslied' (Duits: Volkslied) werd in het Duitse taalgebied voor het eerst gebruikt door Johann Gottfried Herder in 1773.[1] In de loop van de tijd ging het begrip in het bijzonder verwijzen naar liederen die eenvoudig te zingen zijn, door het volk gezongen en doorgegeven worden, en anoniem worden overgeleverd.

Voor de Nederlandse geschiedenis van het volksliedje zie het artikel Volksliedje.
Middeleeuws liedhandschrift het Lochamer-Liederbuch (rond 1450).
Standbeeld van minnezanger Otto van Botenlauben.

Een volksliedje is een lied dat zich breed heeft verspreid in een bepaalde sociale groep. Volksliedjes kunnen worden onderscheiden op basis van muzikale, taalkundige, sociale en historische kenmerken. Ze komen overeen wat betreft het gebruik van gewone spreektaal, cultuur en traditie. De liedjes kennen, door de mondelinge overlevering, streekgebonden en tijdgebonden varianten in tekst en melodie.

Duitse volksliedjes zijn door hun taal en muzikale traditie herkenbaar afkomstig uit het Duitstalige gebied. Er was veel aandacht voor volksliedjes ten tijde van de Romantiek (eind achttiende en negentiende eeuw), in het bijzonder voor historische liedjes met geïdealiseerde natuurbeelden en een sterke vaderlandsliefde.[2] Bijvoorbeeld Ludwig Erk verzamelde voor het liedboek Deutscher Liederhort (1856, 1893–94) ongeveer 20.000 Duitse volksliedjes.

Na het misbruik van volksliedjes door de nationaalsocialisten is zo'n romantiserende kijk erop in Duitsland grotendeels in onbruik geraakt. Tegenwoordig vallen ook nieuwere vormen van populaire muziek onder het volkslied, hoewel het volksliedje nog steeds wordt onderscheiden van popmuziek.[3] Het Duitse Volksliedarchief (Freiburg) verzamelt sinds 1914 Duitse volksliedjes[4] en beheert momenteel een archief van 250.000 Duitse liedjes, van volkliedjes tot populaire liedjes.