Top Qs
Tijdlijn
Chat
Perspectief
Wrangel (eiland)
eiland van Rusland Van Wikipedia, de vrije encyclopedie
Remove ads

Wrangel (Russisch: остров Врангеля; ostrov Vrangelja) is een Russisch eiland in de Noordelijke IJszee ten noorden van het vasteland van Tsjoekotka, tussen de Oost-Siberische Zee in het westen en de Tsjoektsjenzee in het oosten. Het is vernoemd naar de Russische baron Ferdinand von Wrangel en vormt onderdeel van het district Ioeltinski.
Het eiland is afgezien van een seizoensgebonden grenspost van de federale veiligheidsdienst FSB (die streeft naar herinstelling van een vaste post) bij het voormalige dorp Oesjakovskoje volledig onbewoond. Het eiland vormt sinds 1960 een beschermd natuurgebied, sinds 1976 in de vorm van de zapovednik Ostrov Vrangelja en sinds 2004 als onderdeel van het UNESCO-werelderfgoedreservaat "Natuurlijk systeem van het Wrangel-eilandreservaat".
In het sinds 2003 onbewoonde dorp Oesjakovskoje ligt een gelijknamig onderzoekcentrum van waaruit diverse excursies over het ruige landschap georganiseerd worden. Andere voormalige dorpen op Wrangel zijn Zvjozdny (ten westen van Oesjakovskoje) en het geologenkamp Perkatkoen (in het binnenland, bij de rivier en berg Pyrkatkoen).
Remove ads
Geografie
Samenvatten
Perspectief
Over Wrangel loopt de 180° meridiaan. De Internationale datumgrens is echter iets naar het oosten verlegd om te zorgen dat het eiland en het Tsjoektsjenschiereiland op het Oost-Siberische vasteland in eenzelfde datumzone liggen als de rest van het land. Het dichtstbijzijnde land is het kleine en rotsachtige Herald dat ongeveer zestig kilometer ten oosten van Wrangel ligt.
Wrangel heeft een lengte van ongeveer 125 kilometer en een oppervlakte van 7.670 km², waarvan ongeveer 4700 km² bestaat uit berggebieden. Het eiland bestaat uit een zuidelijke kustvlakte van ongeveer 15 kilometer breedte, een noordelijke kustvlakte van ongeveer 25 kilometer breedte en een centraal massief van heuvelruggen. In het berggebied bevinden zich een aantal kleine gletsjers en meertjes. De begroeiing bestaat uit arctische toendra.
Aan de kust liggen een aantal lagunemeren, die door zanderige schoorwallen van de zee worden gescheiden.
Reliëf en hydrologie
Het eiland wordt sterk doorsneden door bergruggen. Het grootste deel van het berggebied wordt gevormd door drie parallel aan elkaar verlopende bergketens van gemiddeld ruim 500 meter hoog; de Noordelijke Rug (Severny chrebet), Middelste Rug (Sredny chrebet) en de Zuidelijke Rug (Joezjny chrebet), die aan west- en oostzijde als rotsachtige kliffen steil aflopen in zee. Van deze drie is de Middelste Rug het grootst en deze bevat dan ook de hoogste top van het eiland; de berg Sovetskaja (1096 meter). De Noordelijke Rug is het laagst en loopt uit in een brede moerassige vlakte, die de Academietoendra wordt genoemd. De Zuidelijke Rug is eveneens laag en verloopt vlak langs de zeekust. Tussen de bergketens verlopen valleien met talloze rivieren. In totaal telt het eiland ruim 140 rivieren met een lengte van meer dan 1 kilometer en vijf rivieren met een lengte van meer dan 50 kilometer. Het eiland telt ongeveer 900 meren, waarvan het grootste deel ligt in de Academietoendra. Van deze meren hebben er zes een oppervlakte van meer dan 1 km². De gemiddelde diepte van de meren bedraagt ongeveer 2 meter. De meeste meren hebben een thermokarstoorsprong, een deel bestaat uit hoefijzermeren (in valleien van grote rivieren), een deel uit gletsjermeren en een deel uit lagunemeren. De grootste meren zijn Kmo, Komsomol, Gagatsje en Zapovednoje.
Klimaat
Wrangel ligt in een gebied met een poolklimaat en wordt het grootste deel van het jaar bedekt met een droge en koude arctische luchtsoort. De windrichting is overwegend tussen noord en oost. Vanuit het zuidoosten kan echter warme vochtigere lucht vanuit de Grote Oceaan het eiland bereiken.[1] Dit zorgde bijvoorbeeld voor een recordwarme februarimaand in 2018. In het algemeen zijn de winters er minder streng dan op het verder van de oceaan gelegen eiland Kotelny. In de zomer komt ook droge opgewarmde lucht naar het eiland vanuit Siberië.
De winters zijn er lang en worden gekarakteriseerd door stabiel vorstweer. De temperatuur blijft meestal ongeveer 9 maanden onder het nulpunt. De gemiddelde januaritemperatuur bedraagt −22,3 °C; door het vertragend effect van de Noordelijke IJszee op de seizoenen zijn februari en maart gemiddeld nog iets kouder. In de winter komen er vaak sneeuwstormen voor. De poolnacht duurt van ongeveer 10 november tot eind januari. De korte zomers zijn koel maar grotendeels vorstvrij, doordat de middernachtzon (± 10 mei tot ± 20 juli) de temperatuur boven het nulpunt houdt. Vorst en sneeuwval kunnen echter ook dan voorkomen, maar veel vaker heerst er mist boven het eiland. De gemiddelde julitemperatuur schommelt tussen +2 en +2,5 °C. In het bergachtige binnenland van het eiland is het weer warmer en droger doordat de topografie van het eiland föhnwinden bevordert.
De gemiddelde jaarlijkse relatieve luchtvochtigheid op het eiland bedraagt 82% en de gemiddelde jaarlijkse neerslag 180 mm. In 2018 zijn oude weerrecords gesneuveld: zowel de hoogste maximumtemperatuur van september als van oktober zijn verbroken. De hoogste temperatuur in september was 11,9 °C maar in 2018 is 12,7 gerealiseerd. De hoogste temperatuur van oktober is verpulverd: van 6,3 naar 9,3 °Celsius.[2]
Remove ads
Geologie
Samenvatten
Perspectief
Wrangel bestaat uit geplooide, verschoven en gemetamorfoseerde uitvloeiings-, intrusief en sedimentair gesteente dat in leeftijd varieert van Boven-Precambrisch tot Beneden-Mesozoïsch. De Precambrische gesteenten zijn ongeveer 2 kilometer dik en bestaan uit BovenProterozoïsch sericiet en chloriete leisteen en schist, die kleine hoeveelheden meta-vulkanisch gesteenten, metaconglomeraten en kwartsiet bevatten. Deze gesteenten worden geïntrudeerd (doordrongen) door gemetamorfoseerde gabbro, doleriet (diabaas) en felsische dikes en sills en granietintrusies. Over de Precambrische laag liggen tot 2,25 kilometer dikke lagen met gesteenten uit het Boven-Silurische tot Beneden-Carboon, die bestaan uit tussengelegen (interbedded) zandsteen, siltsteen, leisteen, argilliet, een aantal conglomeraten en zeldzame kalksteen en dolomiet. Deze strata worden overdekt met tot 2,15 kilometer dikke laag Carboonse tot Permische kalksteen, die vaak grotendeels opgebouwd is uit Crinoidea-lagen, waartussen zich leisteen, argilliet en lokaal kleine hoeveelheden dikke breccie, zandsteen en vuursteen bevinden. De bovenste stratum bestaat uit een 0,7 tot 1,5 kilometer dikke laag Triassische kleiachtige kwartsachtige turbidieten, die worden interbedded met zwarte leisteen en siltsteen.
Onder de kustvlaktes van Wrangel bevindt zich een dunne laag met Kenozoïsch grind, zand, klei en modder. Op de geplooide en verschoven geërodeerde onderlaag van Wrangel rust een enkele tientallen meters dik pakket van Laat-Neogene klei en grind. Daaroverheen ligt een enkele meters dikke harde laag Pliocene modder en grind. Zandige Pleistocene afzettingen komen voor langs rivieren en stroompjes in de vorm van fluviale sedimenten en als een zeer dunne en onregelmatige oppervlaktelaag van ofwel colluvium of eluvium.
Remove ads
Flora en fauna
Samenvatten
Perspectief
Flora
Er zijn 417 plantensoorten op het eiland waargenomen, tweemaal zoveel als in enig ander pooltoendragebied van vergelijkbare omvang en meer dan op enig ander eiland in het poolgebied. Om deze redenen werd het eiland in 2004 uitgeroepen tot het noordelijkste werelderfgoedmonument ter wereld.
De eerste onderzoeker van de flora van Wrangel was Boris Gorodkov die in 1938 de oostkust van het eiland onderzocht en Wrangel indeelde in de zone van de arctische en poolwoestijnen. In de tweede helft van de 20e eeuw werd het eiland volledig onderzocht en ingedeeld in de subzone 'Arctische toendra' van de toendrazone. Hoewel Wrangel een betrekkelijk klein eiland is, wordt het op basis van de distinctieve specifieke regionale eigenschappen van de vegetatie als aparte 'Wrangelsubprovincie' onderscheiden binnen de Wrangel-West-Amerikaanse provincie van de arctische toendra.
De vegetatie van het eiland wordt gekenmerkt door een grote diversiteit aan oude soorten. Het eiland telt ruim 310 soorten vaatplanten, hetgeen beduidend meer is dan op bijvoorbeeld de Nieuw-Siberische Eilanden (135), Noordland (ca. 65) of Frans Jozefland (minder dan 50). De flora van Wrangel is rijk aan relicten en relatief arm aan andere wijdverspreide subarctische planten, die hier volgens verschillende schattingen niet meer dan 35 tot 40% omvatten. Ongeveer 3% van de planten zijn subendemisch (kweldergras, Papaver gorodkovii en Oxytropis wrangelii) of endemisch (Poa vrangelica (ook Poa hartzii ssp. vrangelica), Papaver uschakovii, Potentilla wrangelii en Papaver lapponicum). Daarnaast groeien nog 114 zeldzame tot zeer zeldzame soorten planten. Daar de plantenwereld niet veel verschilt van de eeuwenoude vegetatie in Beringië lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de oude vegetatie hier niet werd verwoest door gletsjers en dat de zee verhinderde dat latere migranten konden oprukken vanuit het zuiden.
De hedendaagse plantbedekking op het eiland bestaat bijna overal uit lage open begroeiing, die wordt gedomineerd door cypergras-mosachtige toendra. In de bergdalen en de intermontane bekkens van het centrale deel van Wrangel kan struikgewas van Salix lanata ssp. richardsonii met een hoogte tot 1 meter worden aangetroffen.
Fauna
Wrangel telt als gevolg van het strenge klimaat weinig diersoorten. De ongewervelden van het eiland zijn nog weinig onderzocht. Er zijn verschillende soorten hommels, steekmuggen, vlinders, vliegen en met de rendieren meegekomen parasiterende runderhorzels waargenomen. De vissoorten in de wateren rondom Wrangel zijn onvoldoende onderzocht. In de zoetwaterbekkens van het eiland zelf komt geen vis voor. Op het eiland nestelen op regelmatige basis ten minste 20 vogelsoorten en nog eens 20 vogelsoorten nestelen er onregelmatig of gebruiken het eiland als tussenstation tijdens de trek.
De meest voorkomende vogelsoort is de sneeuwgans, die een vaste vogelkolonie heeft in de vallei van de rivier Toendrovaja in het centrale deel van Wrangel en daarnaast nog enkele kleine kolonies. Andere veel voorkomende soorten zijn mussen, sneeuwgorzen en ijsgorzen. Rotganzen komen er jaarlijks om te nestelen en te ruien. Andere bekende inwoners van het eiland zijn Somateria, kanoet, kleine burgemeester, kleinste jager, sneeuwuil, vorkstaartmeeuw en zilverplevier. Minder voorkomende soorten op het eiland zijn barmsijs, bonte strandloper, gestreepte strandloper (Doetisj), middelste jager, noordse stern, raaf en roodkeelduiker. Ook doen Noord-Amerikaanse soorten als Canadese kraanvogel, grote Canadese gans en een aantal zangvogels (zoals Junco's, geelstuitzanger, goudkruingors, savannahgors en witkruingors) het eiland regelmatig aan.
Er leven weinig zoogdieren op Wrangel. Een permanent aanwezige endemische soort is de Dicrostonyx vinogradovi ("Wrangellemming"), die vroeger werd gezien als een ondersoort van de halsbandlemming.[3] Andere permanent aanwezige zoogdiersoorten zijn de Siberische lemming en de poolvos. IJsberen doen het eiland periodiek in grote aantallen aan en hebben er de grootste concentratie legers ter wereld.
Van tijd tot tijd komen er veelvraten, hermelijnen, vossen en meer recent ook poolwolven. Samen met de mensen arriveerden ook sledehonden op het eiland. In de woonhuizen werden huismuizen waargenomen, die er nog steeds leven.
De rendieren en muskusossen op het eiland werden geïntroduceerd door de mens. Lang geleden leefden er ook al wilde rendieren op het eiland, maar de huidige dieren zijn afstammelingen van rendieren die in 1948, 1954, 1967, 1968 en 1975 werden overgebracht vanaf het Tsjoektsjenschiereiland. De huidige populatie omvat ongeveer 1500 dieren. Er zijn bewijzen dat de muskusos eveneens lang geleden op het eiland rondliep. De huidige muskusossen zijn afstammelingen van een kudde van 20 dieren die in april 1975 werd overgebracht vanaf het Amerikaanse eiland Nunivak.
Op het eiland bevindt zich de grootste walruskolonie van Rusland. In de kustwateren leven zeehonden.
Mammoeten
In 1993 deed een team van Russische wetenschappers onder leiding van Sergej Vartanjan een belangrijke wetenschappelijke vondst toen overblijfselen van wolharige mammoeten werden gevonden op het eiland die gedateerd werden op 7000 tot 3700 jaar oud (1700 v.Chr.; de tijd van het Egyptische Middenrijk en de Minoïsche beschaving), de laatst bekende levende mammoeten ter wereld. Tot dan toe werd aangenomen dat de mammoet overal was uitgestorven rond 10 tot 12.000 jaar geleden. Deze vondst heeft tevens steun gegeven aan de hypothese dat de mammoet is uitgestorven als gevolg van bejaging door de mens, al is er geen bewijs gevonden dat hier op de beesten is gejaagd. De op Wrangel gevonden mammoeten zijn erg klein: het zou om vrouwtjesmammoeten gaan die, net als hedendaagse olifanten, na hun eerste dracht niet meer groeiden en behoorlijk kleiner bleven dan de mannetjes. Vanwege voedseltekorten op het eiland bleven ze veel kleiner dan mammoeten op andere plekken.[4]
Remove ads
Geschiedenis
Wikiwand - on
Seamless Wikipedia browsing. On steroids.
Remove ads