Top Qs
Timeline
Chat
Perspective
schuiven
From Wiktionary, the free dictionary
Remove ads
Dutch
Pronunciation
Etymology 1
From Middle Dutch schuven, from Old Dutch *scūvan, from Proto-West Germanic *skeuban, from Proto-Germanic *skeubaną, from Proto-Indo-European *skewbʰ-. Doublet of sjouwen.
Verb
schuiven
- (ergative) to slide
- (ergative) to shove
- (transitive, of actions or objects, Netherlands, informal) to yield, make money, to earn money (for someone)
- Hoeveel schuift dat? ― How much money does that earn me?
- (transitive, of tobacco or opium) to smoke
Conjugation
Derived terms
verbs
- aaneenschuiven
- aanschuiven
- achteroverschuiven
- achteruitschuiven
- afschuiven
- bijeenschuiven
- bijschuiven
- binnenschuiven
- buitenschuiven
- dichtschuiven
- doodschuiven
- dooreenschuiven
- doorschuiven
- heenschuiven
- ineenschuiven
- inschuiven
- kapotschuiven
- losschuiven
- medeschuiven
- meeschuiven
- naschuiven
- nederschuiven
- neerschuiven
- omhoogschuiven
- omlaagschuiven
- omschuiven
- omverschuiven
- onderschuiven
- onderuitschuiven
- ontschuiven
- opeenschuiven
- openschuiven
- opschuiven
- opzijschuiven
- overschuiven
- platschuiven
- rechtschuiven
- rondschuiven
- samenschuiven
- stukschuiven
- terugschuiven
- toeschuiven
- tussenschuiven
- uiteenschuiven
- uitschuiven
- vastschuiven
- verderschuiven
- verschuiven
- vooraanschuiven
- voorbijschuiven
- vooropschuiven
- voorschuiven
- voortschuiven
- vooruitschuiven
- wederschuiven
- wegschuiven
Descendants
- Afrikaans: skuif, skuiwe
- Berbice Creole Dutch: skifu
- Negerhollands: skiev, skief
- → Papiamentu: skùif, skuif, schuif
Etymology 2
See the etymology of the corresponding lemma form.
Noun
schuiven
Remove ads
Wikiwand - on
Seamless Wikipedia browsing. On steroids.
Remove ads