Christendom

monotheïstische religie / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Het christendom is een religie die is gebaseerd op het geloof in de leer van het evangelie, de eerste vier, belangrijkste boeken van het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament vormt het tweede gedeelte van de Bijbel, het heilige boek van de christenen. Het evangelie beschrijft, gebaseerd op mondelinge overlevering, de onderwijzing, het handelen, de kruisdood en de opstanding uit het graf van Jezus van Nazareth. De daaropvolgende boeken van het Nieuwe Testament, met name de handelingen van de apostelen en de zendingsbrieven, beschrijven Jezus' spirituele erfenis.

Icoon van Jezus als Pantocrator, mozaïek uit het Hosios Loukas klooster in Boeotië, Griekenland. Vroege 11de eeuw
Deel van een serie artikelen over het
christendom
Pijlers
Christelijke feesten

Portaal   Christendom

Het eerste gedeelte van de christelijke Bijbel, het Oude Testament (de joodse Tenach), wordt door het christendom als voorloper en aankondiging van het tweede en belangrijkste gedeelte, het Nieuwe Testament ('verbond') gezien.

Christenen belijden het geloof in één God: het christendom is een monotheïstische godsdienst, net als het jodendom en de islam. Deze drie religies worden samen de abrahamitische godsdiensten genoemd, naar de gezamenlijke aartsvader, Abraham. Specifiek voor het christendom is het geloof dat Jezus de zoon van God is en de messias (Hebreeuws; in het Grieks christos) die voorspeld en aangekondigd werd in het Oude Testament. Het christendom is een wereldgodsdienst. De term christenen voor aanhangers van het christelijk geloof werd voor het eerst gebruikt in Antiochië,[1] en is gebaseerd op het feit dat het geloof in Jezus Christus centraal staat in het christendom.

Gedurende de middeleeuwen zijn binnen het christendom een ‘westerse’ en een ‘oosterse’ traditie ontstaan. Tot de westerse traditie behoren het rooms-katholicisme en het daaruit ontstane protestantisme. Tot de oosterse traditie behoren enerzijds de oriëntaals-orthodoxe kerken die afstand namen van het Concilie van Chalcedon (451), de oosters-orthodoxe kerken, die ontstaan zijn na het schisma van 1054 en die theologisch nauwelijks afwijken van het rooms-katholicisme, en de oosters-katholieke kerken, die geünieerd zijn met Rome. Al deze tradities onderschrijven de canones van het Concilie van Nicea.