Kruistocht

meerdere religieuze oorlogen tussen 1095 en 1271 / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De kruistochten of kruisvaarten waren zware militaire expedities georganiseerd en gefinancierd door de latijnse Katholieke kerk in samenwerking met wereldlijke Europese vorsten, met als opdracht zogenaamde heilige oorlogen te voeren die volgens de leer van deze kerk uitvoering waren van de wil van God, namens het christelijk geloof, ter verdediging van land, mensen of de religie.[1][2][3] De term kruistocht of kruisvaarder werd aanvankelijk niet gebruikt, hoewel wel gesproken werd van ridders van het kruis of ridders van Christus. De kruisvaarders zagen zichzelf vooral als pelgrims.

Zie Kruistocht (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Kruistocht.
De verovering van Jeruzalem in 1099

Het is een vroeg voorbeeld van de Europese militaire expansiebeweging die op gang kwam nadat er in de tiende eeuw een einde was gekomen aan de invasies van Europa door Vikingen, Moren en Aziatische steppevolkeren (de Hunnen).[4]:242 De Europese vorsten en krijgsheren die zich eerder tegen elkaar en de bevolking richtten, werden nu bij elkaar gebracht door de overtuiging dat de door het christendom als rechtmatig eigendom beschouwde heilige plaatsen in het Heilige Land (Palestina) bevrijd moesten worden van islamitische heersers, die het gebied op grond van hun overtuiging eveneens als heilig beschouwen en het sinds 638 veroverd hadden.[5]

Ook vonden er kruistochten plaats naar het Iberisch Schiereiland in het kader van de reconquista. Andere kruistochten zijn de relatief onbekende Noordelijke Kruistochten, waarvan die door de Duitse Orde of Teutonische Ridders de belangrijkste waren. Hun actiegebied was vooral gelegen rond de Oostzee. Een groot deel van de aldaar gevestigde wereldlijke macht verloren zij in 1410 weer in de Slag bij Tannenberg.

Ook in andere religieus gemotiveerde conflicten gedurende de late middeleeuwen zette de Katholieke kerk het middel van de kruistocht in, bijvoorbeeld tegen personen die de leer van de kerk niet aanhingen, door de kerk ketters of heidenen genoemd, of groepen die de religie op een eigen manier invulling gaven als de Katharen in Frankrijk. Latere militaire operaties over land en ter zee tegen de moslims, zoals de Slag bij Lepanto in 1571, kunnen worden gezien als een voortzetting van de kruistochten.

Met de Vierde Kruistocht richtten initiatoren en leiders van de expeditie zich tegen andere christenen in de steden Zadar en Constantinopel. Hier was geen heilig doel mee verbonden.