Nederlandse literatuur

literatuur van het Nederlandstalige deel van de wereld vanaf ongeveer 1100 tot heden / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Nederlandse literatuur is de literatuur van het Nederlandstalige deel van de wereld vanaf ongeveer 1100 tot heden. De literaire canon uit hoofdzakelijk Nederland en Vlaanderen beslaat ruim acht eeuwen van literaire productie en gaat terug tot de tijd dat de Lage Landen nog geen politieke eenheid vormden, zodat het woord Nederlandse voor de vroegste eeuwen enigszins anachronistisch is. Hetzelfde geldt voor de term literatuur; de opvatting van wat hieronder moet worden verstaan heeft zich ontwikkeld van alles wat geschreven is uit het begin naar het strikte taalkunst, zoals literatuur vanaf de 19e eeuw werd beschouwd.[1]

Hendrik van Veldeke, uit de Codex Manesse

Naast het kerngebied Nederland en Vlaanderen wordt Nederlandse literatuur ook geschreven in voormalige Nederlandse koloniën, zoals Surinaamse literatuur en de literatuur van het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Daarentegen valt Afrikaanse literatuur - het Afrikaans geldt als dochtertaal van het Nederlands − buiten de definitie van Nederlandse literatuur. Ook de Friese taal en letterkunde hebben sinds de 8e eeuw hun eigen canon. Nederlanders en Vlamingen die in een andere taal dan het Nederlands schrijven, onder wie Erasmus, en schrijvers in streektalen zoals het Nedersaksisch of het Limburgs worden hier ook niet behandeld.