Nedersaksisch

taal / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Het Nedersaksisch (Duits: Niedersächsisch) is een in Nederland en Duitsland officieel erkende taal, die bestaat uit een groep niet-gestandaardiseerde dialecten die op hun beurt tot het Nederduits behoren.[2] Het Oost-Nederduits is zeer verwant, maar hoort volgens de definitie zelf niet bij het Nedersaksisch. "Nederduits" kan daarentegen wel als een overkoepelende term worden beschouwd, alhoewel het West-Nederduits en Oost-Nederduits samen ook wel Nedersaksisch genoemd worden.

Quick facts: Nedersaksisch Neddersaksies, Nedersaksisch, ...
Nedersaksisch
Neddersaksies, Nedersaksisch
Gesproken in Nederland, Duitsland, Denemarken
Sprekers 2,2-5 miljoen[1] (Duitsland) en 1,6 miljoen sprekers thuis in Nederland (2,15 miljoen in totaal)
Taalfamilie
Dialecten
Alfabet Latijn
Officiële status
Officieel in
Taalcodes
ISO 639-1 -
ISO 639-2 nds
ISO 639-3 nds
Portaal    Taal
Close
Taalgebied exclusief Oost-Nederduits.
Taalgebied inclusief het Oost-Nederduits. Beide gebieden samen worden soms ook Nedersaksisch genoemd.

De Nedersaksische dialecten worden voornamelijk gesproken in het noordelijke deel van Duitsland en in het noordelijke en oostelijke deel van Nederland (de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, de Gelderse regio's Veluwe en Achterhoek, in Utrecht ten oosten van de Utrechtse Heuvelrug, op Urk in Flevoland en in de Stellingwerven en rond Kollumerpomp in Friesland).

Nedersaksisch is, naast het Limburgs en het Fries, een van de drie officiële streektalen in Nederland. Het Nedersaksisch kent niet, anders dan het Fries, een normerende, overkoepelende eenheidstaal. Het heeft daarom, in tegenstelling tot het Fries, niet de status van ‘tweede rijkstaal’. Net als bij het Limburgs is er sprake van een groot aantal lokale varianten van het Nedersaksisch. Het ontbreken van een Nedersaksische eenheidstaal leidt ook tot uiteenlopende spellingswijzen van de verschillende dialecten, ondanks pogingen om tot een overkoepelende eenheidsspelling te komen.

Sinds 1998 erkent Nederland het Nedersaksisch als taal, onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. In 2018 trad het Convenant Nedersaksisch in werking, waarbij de regionale overheden in het Nedersaksisch-talige deel van Nederland aangeven zich in te spannen voor het behoud en de bevordering van het Nedersaksisch; dit is echter niet rechterlijk afdwingbaar.

Ook Duitsland erkent sinds 1998 het Nedersaksisch (Niederdeutsch of Plattdeutsch), onder het Europees handvest voor regionale en minderheidstalen. In de Europese Unie is het Nedersaksisch een officieel erkende streektaal. De taalcode (ISO 639-2) van het Nedersaksisch is nds.

Voor het aantal sprekers in Nederland zijn geen betrouwbare actuele cijfers voorhanden.[3] In 2003 sprak in de betreffende gebieden 28% van de ouders Nedersaksisch, maar bij hun kinderen lag dit aandeel lager.[4] In 2012 is dit aantal gezakt naar respectievelijk 15% (ouders) en 2% (kinderen).[5] In een onderzoek uit 2005 gaf 53% van de respondenten aan thuis nog Nedersaksisch te spreken, al dan in combinatie met het Nederlands. 71% zou het nog kunnen spreken.[6] In Duitsland werd het aantal sprekers in 1984 op 5,5 miljoen geschat. In 2016 waren er 2,2 miljoen sprekers onder de categorie 'zeer goed' en bijna 5 miljoen sprekers onder de categorieën 'zeer goed' en 'goed'.[7] In Nederland wordt het aantal sprekers (2005) thuis op circa 1,6 miljoen geschat en het totale aantal sprekers op 2,15 miljoen.[6]

Er bestaan enkele kleinere gemeenschappen in Polen, Rusland en Denemarken.