Antroposofie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Antroposofie (van het Griekse: ἄνθρωπος, ánthrōpos "mens" en σοφία sophía "wijsheid") is een spirituele filosofie en occulte wetenschap[1] gebaseerd op de leer van Rudolf Steiner (1861–1925), die het bestaan postuleert van een geestelijke wereld die toegankelijk zou zijn via innerlijke ontwikkeling. Deze innerlijke ontwikkeling is gericht op versterking van het bewustzijn.

De antroposofische gezichtspunten worden ingezet op verschillende terreinen, zoals antroposofisch onderwijs, heilpedagogie, euritmie, spraakvorming, kunstzinnige therapieën, antroposofische geneeskunde, sociale driegeleding, biologisch-dynamische landbouw en architectuur.

Veel wetenschappers en artsen, waaronder Michael Shermer, Michael Ruse, Edzard Ernst, David Gorski en Simon Singh beschouwen de toepassing van de antroposofie op het gebied van geneeskunde, biologie, landbouw en onderwijs als gevaarlijk en pseudowetenschappelijk.[2] [3] [4] [5] Sommige ideeën van Steiner wijken af van de moderne wetenschap, waaronder: "raciale" evolutie,[6][7] helderziendheid (Steiner beweerde dat hij helderziend was),[8] het idee dat het hart niet als pomp functioneert[9], de bewering dat eilanden 'drijven' of 'zwemmen' in de zeeën en oceanen en door 'sterrenkrachten' worden vastgehouden[10], en de mythe van Atlantis.[6]